Naar de inhoud

Engels voor Nederlanders

Sets met Engelse woordenschat en grammatica, met de betekenis in het Nederlands (209 gratis + 168 Premium), van beginner (A1) tot bovengemiddeld (B2). Elke set oefen je op 7 interactieve manieren, met audio.

A1 · Beginner(26)

Basic Colors – BasiskleurenLeer de basiskleuren in het Engels.10 kaartenEnglish Adjectives – Engelse bijvoeglijke naamwoordenLeer 50 veelgebruikte Engelse bijvoeglijke naamwoorden met voorbeeldzinnen. Handig om dingen en mensen te beschrijven.50 kaartenEnglish Adverbs – Engelse bijwoordenLeer 45 veelgebruikte Engelse bijwoorden met voorbeeldzinnen. Handig om te zeggen hoe, wanneer en waar iets gebeurt.45 kaartenEnglish Articles A/An/The – Engelse lidwoorden A/An/TheOefen de Engelse lidwoorden a, an en the, en leer wanneer je geen lidwoord gebruikt. Voorbeeldzinnen met uitleg.40 kaartenEnglish Body Parts & Health – Lichaamsdelen en gezondheid in het EngelsWoorden over lichaamsdelen en gezondheid. Leer hoe je over het lichaam praat in het buitenland, bij de dokter of in een gesprek. Een essentiële basisset.46 kaartenEnglish Colors, Numbers & Shapes – Kleuren, getallen en vormen in het EngelsLeer kleuren, getallen en vormen in het Engels. Een praktische set voor Nederlandstaligen met uitspraak en context in het Nederlands. Bevat basiswoorden voor dagelijkse communicatie in Nederland en in het buitenland.45 kaartenEnglish Conjunctions – Engelse voegwoordenLeer de belangrijkste Engelse voegwoorden, zoals and, but, or, because, if en unless. Voorbeeldzinnen laten zien hoe je ze gebruikt.40 kaartenEnglish Family & Relationships – Familie en relaties in het EngelsWoorden over familie en relaties tussen mensen. Leer hoe je over familieleden en relaties in het buitenland praat. Een basisset voor elke Nederlandse leerling.46 kaartenEnglish Food & Restaurant Vocabulary – Engelse woordenschat voor eten en restaurantsEssentiële woorden voor eten en restaurants in het Engels. Leer hoe je gerechten bestelt in het buitenland en over smaken praat. Een praktische set voor Nederlanders die over eten willen praten in het Engels.50 kaartenEnglish Prepositions – Engelse voorzetselsOefen de belangrijkste Engelse voorzetsels, zoals in, on, at, by en with. Voorbeeldzinnen met hints. Onmisbaar voor correcte grammatica.50 kaartenEnglish Question Words – Engelse vraagwoordenOefen de Engelse vraagwoorden, zoals what, who, where, when, why en how. Voorbeeldzinnen voor alledaagse gesprekken.40 kaartenEnglish School & Education Words – School- en onderwijstermenWoorden over school en onderwijs. Leer hoe je over school, leraren en leren praat. Een set voor ouders, leerlingen en studenten.46 kaartenEnglish Verbs Everyone Needs – Belangrijke Engelse werkwoordenLeer de 50 belangrijkste en meest gebruikte Engelse werkwoorden, elk met een voorbeeldzin. Onmisbaar voor dagelijkse gesprekken.50 kaartenEnglish Vocabulary Grade 4 – Engelse woordenschat groep 6, deel 1Engelse woordenschat voor groep 6: veelvoorkomende woorden over familie, huis, school en dieren, met Nederlandse vertaling. Deel 1 van 2.40 kaartenEnglish Vocabulary Grade 4 – Engelse woordenschat groep 6, deel 2Engelse woordenschat voor groep 6: kleuren, getallen, eten en eenvoudige werkwoorden, met Nederlandse vertaling. Deel 2 van 2.40 kaartenEnglish Vocabulary Grade 5 – Engelse woordenschat groep 7, deel 2Engelse woordenschat voor groep 7: hobby's, vervoer, natuur en veelgebruikte werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, met Nederlandse vertaling. Deel 2 van 2.40 kaartenEnglish Weather & Nature Vocabulary – Engelse woordenschat voor weer en natuurWoorden over weer en natuur. Leer praten over het weer, de seizoenen, planten en dieren. Een basisset voor beginners.46 kaartenEssential English Phrases for Tourists – Essentiële Engelse zinnen voor toeristenComplete zinnen voor toeristen en reizigers. Leer wat je zegt in het buitenland: in het vliegtuig, in het hotel en onderweg. Een praktische set voor op reis.51 kaartenFuture Simple (Will) – Onvoltooid toekomende tijd met willOefen de toekomende tijd met will in het Engels: voorspellingen, beloftes en vaste feiten. Onmisbaar om over de toekomst te praten.40 kaartenGoing To Future – De toekomst met going toLeer going to gebruiken voor plannen die al vaststaan en voor voorspellingen op basis van wat je ziet. Een basisset om in het Engels over je plannen te praten.40 kaartenGrade 5 English Vocabulary – Engelse woordenschat groep 7Engelse woordenschat voor groep 7: kleding, weer, dagen, maanden en plekken in de stad, met Nederlandse vertaling. Deel 1 van 2.40 kaartenPast Simple – Verleden tijdLeer de verleden tijd (Past Simple) in het Engels: zinnen met regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Onmisbaar om in het Engels te vertellen wat er gebeurd is.40 kaartenPresent Progressive / Continuous – De duurvorm in het EngelsLeer de present continuous in het Engels: acties die nu bezig zijn. Met bevestigende, ontkennende en vragende zinnen voor Nederlandstaligen.40 kaartenPresent Simple – De tegenwoordige tijd in het EngelsLeer de present simple in het Engels met voorbeelden en oefeningen. Een basisset voor Nederlandstaligen die Engels leren, met bevestigende, ontkennende en vragende zinnen.40 kaartenThe English Alphabet – Het Engelse alfabetLeer alle 26 letters van het Engelse alfabet met de juiste uitspraak. De meest essentiële basis voor het leren van Engels: spelling, lezen en uitspraak. Geschikt voor absolute beginners.26 kaartenTop 100 English Words Everyone Should Know – 100 Engelse woorden die iedere Nederlander moet kennenLeer de 100 meest voorkomende woorden van het Engels. Een onmisbare set als je Engels met zelfvertrouwen wilt begrijpen en spreken, met basiswoorden die je overal ter wereld elke dag hoort.100 kaarten

A2 · Basis(19)

English Abbreviations & Acronyms – Engelse afkortingen en acroniemenLeer 40 veelgebruikte Engelse afkortingen en acroniemen, zoals ASAP, FYI en CEO. Handig voor e-mails en berichtjes.40 kaartenEnglish at the Doctor's Office – Engels bij de dokterZinnen om te communiceren bij de dokter in het buitenland. Leer hoe je symptomen uitlegt en medische instructies begrijpt. Een essentiële set voor je gezondheid.46 kaartenEnglish Emotions & Feelings – Emoties en gevoelens in het EngelsWoorden over emoties en gevoelens. Leer hoe je in een gewoon gesprek in het Engels zegt hoe je je voelt. Een set voor persoonlijke gesprekken.31 kaartenEnglish Phone & Email Phrases – Engelse telefoon- en e-mailzinnenZinnen voor telefoongesprekken en e-mails. Leer hoe je in het Engels belt en e-mails schrijft. Een set voor zakelijke communicatie.46 kaartenEnglish Phrases for Parents – Engelse zinnen voor oudersZinnen voor communicatie in het buitenland als ouder. Leer zinnen voor gesprekken met leraren, artsen en kleuterleidsters. Een essentiële set voor ouders.46 kaartenEnglish Shopping & Money Vocabulary – Engelse woordenschat voor winkelen en geldWoorden voor winkelen en financiële zaken. Leer hoe je over prijzen, winkels en creditcards in het buitenland praat. Een praktische set voor Nederlanders die in het buitenland winkelen.46 kaartenEnglish Technology & Internet Words – Engelse technologie- en internetwoordenLeer de belangrijkste woorden over technologie: smartphone, computer en internet. Een praktische set voor je digitale dagelijks leven.51 kaartenEnglish Travel & Airport Vocabulary – Engelse reis- en luchthavenwoordenschatEssentiële woorden voor reizen in het buitenland. Leer wat je zegt op de luchthaven, onderweg en in het hotel. Een praktische set voor als je op reis Engels spreekt.50 kaartenEnglish Vocabulary Grade 6 – Engelse woordenschat groep 8, deel 1Engelse woordenschat voor groep 8: gevoelens, beroepen, schoolvakken en woorden uit de klas, met Nederlandse vertaling. Deel 1 van 2.40 kaartenEnglish Vocabulary Grade 6 – Engelse woordenschat groep 8, deel 2Engelse woordenschat voor groep 8: technologie en moeilijkere werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, met Nederlandse vertaling. Deel 2 van 2.40 kaartenEnglish Vocabulary Grade 7 – Engelse woordenschat brugklas, deel 1Engelse woordenschat voor de brugklas, deel 1: veelgebruikte en nuttige woorden. Elke kaart toont een Engels woord en de Nederlandse vertaling, zodat je je woordenschat oefent en uitbreidt.38 kaartenEveryday English Small Talk – Alledaagse Engelse smalltalkZinnen voor alledaagse smalltalk in het Engels. Leer hoe je een gesprek begint in het buitenland met nieuwe mensen. Een natuurlijke en vriendelijke set.46 kaartenGrade 7 English Vocabulary – Engelse woordenschat voor de brugklasEngelse woordenschat voor de brugklas, deel 2: een vervolg op de lijst met veelgebruikte woorden. Elke kaart toont een Engels woord met de Nederlandse vertaling.38 kaartenPassive Voice – De lijdende vormLeer de lijdende vorm in het Engels gebruiken: zinnen met be + past participle. Onmisbaar voor formeel schrijven en lezen.40 kaartenPast Perfect – Voltooid verleden tijdLeer de voltooid verleden tijd (Past Perfect) gebruiken voor iets dat gebeurde vóór een ander moment in het verleden. Onmisbaar als je een verhaal over het verleden vertelt.40 kaartenPast Progressive / Continuous – De duurvorm van de verleden tijdLeer de verleden tijd duurvorm (Past Continuous) in het Engels. Zinnen die beschrijven wat er gebeurde tijdens een andere actie in het verleden. Een essentiële set voor het vertellen van verhalen.40 kaartenPast Simple vs Past Progressive Drill – Oefening past simple en past progressiveVul de zinnen aan en leer het verschil tussen de past simple (onvoltooid verleden tijd) en de past progressive (verleden tijd, duurvorm). Herken wanneer een korte handeling een langere onderbreekt en wanneer iets op de achtergrond gebeurt. Geschikt voor iedereen die Engels leert.38 kaartenPresent Perfect – Voltooid tegenwoordige tijdLeer de voltooid tegenwoordige tijd (Present Perfect) in het Engels met zinnen en regels. Voor het uitdrukken van een ervaring in het verleden die invloed heeft in het heden. Een essentiële set voor Nederlandstaligen.40 kaartenPresent Simple vs Present Progressive Drill – Oefening Present Simple vs Present ProgressiveOefening om het verschil tussen de Present Simple en Present Progressive in het Engels te oefenen: 38 invulzinnen met een korte uitleg in het Nederlands voor elk antwoord. Geschikt voor scholieren en zelfstandige leerders.38 kaarten

B1 · Gemiddeld(20)

All English Tenses Mixed Practice – Gemengde oefeningen met alle Engelse tijdenEen uitgebreide oefening van alle Engelse tijden. Gemengde zinnen die de juiste tijd en vertaling vereisen. Uitstekend voor volledige beheersing van de taal.50 kaartenBusiness English Meeting Phrases – Zinnen voor zakelijke vergaderingenAlle zinnen uit de podcastaflevering over vergaderen in het Engels. Zo gebruik je de set: kies drie zinnen en zeg ze een week lang elke dag hardop. Je leert binnenkomen, je mening geven, het oneens zijn, om verduidelijking vragen, tijd winnen en de vergadering afsluiten.28 kaartenConditionals Drill – Oefening met voorwaardelijke zinnenOefen het aanvullen van voorwaardelijke zinnen in het Engels: zero, first, second en third conditional. Herken het type en kies de juiste werkwoordsvorm. Handig als voorbereiding op een examen Engels.38 kaartenEnglish Business & Office Vocabulary – Woordenschat voor zaken en kantoorWoorden voor zaken en kantoor. Leer hoe je in het Engels over je werk en zakelijke gesprekken praat. Een set voor professionals.51 kaartenEnglish Collocations – Engelse collocatiesLeer veelgebruikte Engelse collocaties (vaste woordcombinaties), zoals make of do en strong of weak. Voorbeeldzinnen met de juiste keuze. Onmisbaar om natuurlijk te klinken.45 kaartenEnglish Job Interview Vocabulary – Engelse woordenschat voor sollicitatiegesprekkenEssentiële woorden voor een sollicitatiegesprek in het Engels. Leer hoe je over je ervaring, vaardigheden en verwachtingen praat tijdens een gesprek in het buitenland. Deze set is voor Nederlandstaligen die werk zoeken in het buitenland.50 kaartenEnglish Linking Words – Engelse verbindingswoordenLeer de belangrijkste Engelse verbindingswoorden, zoals however, moreover, although en therefore. Met voorbeeldzinnen. Onmisbaar om goed te schrijven.50 kaartenEnglish Medical & Health Vocabulary – Medische woordenschat in het EngelsEssentiële woorden in de wereld van geneeskunde en gezondheid. Leer hoe je met een arts in het buitenland praat en symptomen in het Engels uitlegt. Een set voor Nederlanders die reizen en over gezondheid praten.51 kaartenEnglish Slang & Idioms the Dutch Must Know – Engelse slang en uitdrukkingen die je moet kennenLeer Engelse slang en uitdrukkingen die je vaak hoort in gewone gesprekken. Zo begrijp je Engelstaligen beter en klink je zelf natuurlijker.50 kaartenEnglish Vocabulary Grade 8 – Engelse woordenschat klas 2, deel 1Engelse woordenschat voor klas 2 van de middelbare school, deel 1: woorden op gemiddeld niveau. Elke kaart toont een Engels woord en de Nederlandse vertaling, zodat je je woordenschat uitbreidt en beter leert lezen.38 kaartenEnglish Vocabulary Grade 8 – Engelse woordenschat klas 2, deel 2Engelse woordenschat voor klas 2 van de middelbare school, deel 2: meer woorden op gemiddeld niveau. Elke kaart toont een Engels woord en de Nederlandse vertaling.38 kaartenEnglish Vocabulary Grade 9 – Engelse woordenschat klas 3, deel 1Engelse woordenschat voor klas 3 van de middelbare school, deel 1: academische en abstracte woorden, als voorbereiding op de bovenbouw. Elke kaart toont een Engels woord en de Nederlandse vertaling.38 kaartenEnglish Vocabulary Grade 9 – Engelse woordenschat klas 3, deel 2Engelse woordenschat voor klas 3 van de middelbare school, deel 2: meer academische en abstracte woorden, als voorbereiding op de bovenbouw. Elke kaart toont een Engels woord en de Nederlandse vertaling.38 kaartenFuture Perfect – Voltooid toekomende tijdLeer de voltooid toekomende tijd (Future Perfect) om acties uit te drukken die vóór een bepaald moment in de toekomst klaar zullen zijn. Voor gevorderde leerlingen Engels.40 kaartenIf Conditionals – Voorwaardelijke zinnen in het EngelsBeheers alle soorten voorwaardelijke zinnen: Zero, First, Second, Third. Complexe zinnen met 'if'. Essentieel voor gevorderd spreken.40 kaartenPassive Voice Drill – Oefening lijdende vormOefen de lijdende vorm (Passive Voice) in het Engels in de belangrijkste tijden (present simple, present continuous, past simple en future simple): 38 invulzinnen met een Nederlandse uitleg voor elk antwoord. Geschikt ter voorbereiding op examens en het eindexamen Engels.38 kaartenPhrasal Verbs for Dutch Speakers – Phrasal verbs voor NederlandstaligenLeer 50 veelgebruikte phrasal verbs, met voorbeeldzinnen en een Nederlandse vertaling. Onmisbaar als je natuurlijk Engels wilt spreken.50 kaartenQuestion Forms Drill – Vragen stellen oefenenOefen het maken van vragen in het Engels (Question Forms): 38 invulzinnen met hulpwerkwoorden en vraagwoorden, inclusief uitleg in het Nederlands. Geschikt voor scholieren en zelfstandige leerders.38 kaartenReported Speech – Indirecte rede in het EngelsLeer hoe je verslag doet van wat anderen hebben gezegd. Zinnen met said, told, asked. Tijd- en grammaticale veranderingen in indirecte rede.40 kaartenReported Speech Drill – Oefening indirecte redeOefening indirecte rede (Reported Speech) in het Engels: 38 oefeningen om directe rede om te zetten naar indirecte rede met uitleg in het Nederlands. Geschikt voor middelbare scholieren en zelfstandige leerders.38 kaarten

B2 · Bovengemiddeld(18)

Academic English Connectors – Academische Engelse verbindingswoordenGeavanceerde academische verbindingswoorden voor het schrijven van artikelen, essays en academische papers in het Engels. Moreover, nevertheless, furthermore en meer. Essentieel voor studenten en schrijvers.25 kaartenBusiness English Idioms – Zakelijke Engelse uitdrukkingenVeelvoorkomende zakelijke Engelse uitdrukkingen die elke Nederlander in de tech-sector moet kennen. 'The ball is in your court', 'think outside the box', 'touch base' en meer. Verbeter je professionele Engels.25 kaartenCommon English Idioms – Veelvoorkomende Engelse uitdrukkingenDe bekendste Engelse uitdrukkingen die elke Nederlander zou moeten kennen: piece of cake, break a leg, hit the books en meer. Zo klinkt je Engels natuurlijker.25 kaartenConfusing Word Pairs B2 – Verwarrende woordparen B2Deze set oefent verwarrende woordparen in het Engels op een gevorderd niveau: affect/effect, lay/lie, fewer/less, imply/infer en meer. Voorkom veelvoorkomende fouten die Nederlandstaligen maken.25 kaartenEnglish Prefixes – Engelse voorvoegselsVeelvoorkomende Engelse voorvoegsels: un-, re-, dis-, mis-, pre-, over-, under- en meer. De snelste manier om je Engelse woordenschat te verdubbelen.25 kaartenEnglish Suffixes – Engelse achtervoegselsVeelvoorkomende Engelse achtervoegsels: -tion, -ment, -able, -less, -ful, -ly en meer. Hoe je werkwoorden in zelfstandige naamwoorden en zelfstandige naamwoorden in bijvoeglijke naamwoorden verandert. Een slimme manier om woorden te leren.25 kaartenEnglish Vocabulary for Memory and Learning – Engelse woordenschat voor geheugen en lerenOefen 40 Engelse woorden over geheugen en leren en 28 complete zinnen uit de podcastaflevering "De man die niet kon vergeten", met Nederlandse vertaling. Met onder andere recall, retain, fade, vivid, literally, blend in, spaced repetition, reluctant en eager. Oefen met gespreide herhaling, zodat de woorden echt blijven hangen.68 kaartenIELTS Listening Vocabulary – Woordenschat voor IELTS Listening45 veelgebruikte woorden en uitdrukkingen uit het luistergedeelte van IELTS: alledaagse gesprekken, colleges en inschrijfformulieren.45 kaartenIELTS Speaking Phrases – Zinnen voor IELTS Speaking45 kant-en-klare zinnen waarmee je antwoorden in het spreekgedeelte natuurlijk en verzorgd klinken. Geschikt voor alle drie de delen van het gesprek.45 kaartenIELTS Writing Task 2 Connectors — Verbindingswoorden voor een IELTS-essay45 verbindingswoorden en uitdrukkingen voor een Task 2-essay: argumenteren, contrast, oorzaak en gevolg, toevoeging en voorbeelden. Onmisbaar voor een 7+ op Coherence.45 kaartenModals of Deduction – Modale werkwoorden voor veronderstellingenModale werkwoorden om iets af te leiden of te vermoeden: must, might, could, can't. Het verschil tussen must be en must have been. Engels op gevorderd niveau voor Nederlandstaligen.25 kaartenNews Verbs for Reading Comprehension – Werkwoorden uit het nieuws voor begrijpend lezen60 werkwoorden uit Engelse nieuwsartikelen: issued, adopted, mandated, revealed, made up. Met Nederlandse vertaling, om nieuwe teksten te lezen en begrijpend lezen te oefenen.60 kaartenPhrasal Verbs for Work & Office – Phrasal verbs voor werk en kantoorFrasale werkwoorden die worden gebruikt op het werk, op kantoor en in de tech-industrie: follow up, carry out, get back to, fill in en meer. Geavanceerd zakelijk Engels voor Nederlandstaligen.25 kaartenReporting Verbs Beyond Said – Werkwoorden voor indirecte redeIn plaats van herhaaldelijk 'said' te gebruiken: claim, suggest, insist, deny, admit, warn en meer. Verbeter je indirecte rede in gesproken en geschreven Engels.25 kaartenTOEFL Listening Vocabulary – Woordenschat voor het luisteronderdeelVeelvoorkomende academische woorden en uitdrukkingen uit de colleges en gesprekken van TOEFL Listening.45 kaartenTOEFL Speaking Phrases – Zinnen voor het spreekonderdeelKernzinnen voor het spreekonderdeel (Speaking): hoe je een antwoord begint, uitbouwt, voorbeelden geeft en samenvat.45 kaartenTOEFL Writing Connectors – Verbindingswoorden voor het schrijfonderdeelOnmisbare verbindingswoorden voor de schrijfopdrachten van de TOEFL (Independent en Integrated). Zonder deze woorden haal je moeilijk een hoge score.45 kaartenUsed to / Be used to / Get used to – De verschillen in het EngelsHet verschil tussen used to (gewoonte in het verleden), be used to (gewend zijn aan), en get used to (wennen aan). Een van de meest voorkomende fouten van Nederlandstaligen. Alles wordt hier duidelijk uitgelegd.25 kaarten

C1 · Gevorderd(13)

Advanced Linking Phrases – Geavanceerde verbindingszinnenHoogwaardige verbindingszinnen voor academisch en professioneel schrijven: notwithstanding, in light of, with a view to en meer. Schrijven op C1-niveau.25 kaartenAdvanced Tense Review – Overzicht van de tijden voor gevorderdenOefen hoe Engelse tijden samenwerken in zinnen en korte verhalen met gemengde tijden. Voor gevorderden.40 kaartenC1 Academic Vocabulary – Academische woordenschatAcademische woordenschat op C1-niveau voor studenten, onderzoekers en schrijvers van artikelen. Woorden die voorkomen in academische artikelen en geavanceerde examens zoals TOEFL en IELTS.25 kaartenC1 Native Idioms – Uitdrukkingen van moedertaalsprekersGeavanceerde uitdrukkingen die moedertaalsprekers in het dagelijks leven gebruiken: spill the beans, beat around the bush, throw in the towel en meer. Taal op C1-niveau.25 kaartenCleft Sentences – Beklemtonende zinnenZinnen met 'It is/was... who/that' en 'What I want is...' om nadruk te leggen in het Engels. Dit zijn geavanceerde structuren die moedertaalsprekers constant gebruiken.25 kaartenDiscourse Markers C1 – Signaalwoorden in gesproken EngelsSignaalwoorden in gesproken Engels op gevorderd niveau: anyway, mind you, by the way, having said that en meer. Zo klinkt je Engels natuurlijk.25 kaartenHedging & Diplomatic English – Diplomatieke taal in het EngelsHoe je uitspraken kunt verzachten in professioneel en diplomatiek Engels: It might be worth considering, I would suggest, perhaps we could en meer. Subtiel zakelijk Engels.25 kaartenIELTS Reading Vocabulary – Woordenschat voor IELTS Reading45 woorden die vaak voorkomen in de academische leesteksten van IELTS. Handig voor True/False/Not Given- en Matching Headings-vragen.45 kaartenInversion for Emphasis – Inversie voor nadruk in het EngelsGeavanceerde inversiestructuren in het Engels: Never have I seen, Hardly had we arrived, Not only did she en meer. Structuren die voorkomen in examens en geavanceerd schrijven.25 kaartenNominalization – Zelfstandige naamwoorden in academisch EngelsWerkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden omzetten in zelfstandige naamwoorden: een belangrijk kenmerk van academisch Engels. develop → development, decide → decision. Voor schrijven op academisch niveau en in onderzoek.25 kaartenTOEFL Reading Vocabulary – Woordenschat voor het leesonderdeelAcademische woorden die vaak terugkomen in de leesteksten van de TOEFL, over wetenschap, geschiedenis en kunst.45 kaartenTop 45 Words for IELTS – 45 essentiële woorden voor IELTSDe meest essentiële woordenschat voor IELTS Academic. 45 woorden die herhaaldelijk voorkomen in alle vier de onderdelen van de test.45 kaartenTop 45 Words for TOEFL – 45 essentiële woorden voor TOEFLDe meest essentiële academische woordenschat voor de TOEFL iBT. 45 woorden die herhaaldelijk voorkomen in de lees- en luistergedeelten.45 kaarten

C2 · Zeer gevorderd(1)

gratis sets(112)

ِّ Past Simple Full Explanation ِّ – Volledige uitleg van de Past SimpleDeze set oefent de Past Simple (verleden tijd) in het Engels, inclusief vragen en regelmatige werkwoorden.48 kaartenِّ Past Simple Full Explanation ِّ Part 2 – Volledige uitleg van de verleden tijd deel 2Deze set oefent de Past Simple (verleden tijd) in het Engels, met de focus op onregelmatige werkwoorden en zinsconstructies.59 kaartenًِ Prepositions Full Explanation Part 2 ًِ – Voorzetsels volledige uitleg deel 2Deze set oefent voorzetsels in het Engels, met uitleg en voorbeelden voor Nederlandse sprekers.43 kaarten4th English lesson – Alledaagse zinnenDeze set oefent alledaagse Engelse zinnen voor Nederlandse sprekers.30 kaartenAdjective or Adverb – Bijvoeglijk naamwoord of bijwoordDeze set oefent het juiste gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden in het Engels.30 kaartenAIPM vocabulary responsibilities – AIPM-woordenschat: verantwoordelijkhedenDeze set oefent Engelse woordenschat en zinnen met betrekking tot verantwoordelijkheden binnen AIPM, gericht op Nederlandstalige leerders.35 kaartenBanking – BankzakenDeze set oefent veelvoorkomende woorden en zinnen die je nodig hebt bij bankzaken.60 kaartenBasic verbs – BasiswerkwoordenDeze set oefent de meestvoorkomende Engelse werkwoorden en hun gebruik in eenvoudige zinnen.54 kaartenBody parts and present progressive – Lichaamsdelen en de present progressiveDeze set oefent de Engelse lichaamsdelen en de tegenwoordige tijd (present progressive).36 kaartenBusiness Ethics – BedrijfsethiekDeze set oefent de belangrijkste termen en concepten van bedrijfsethiek in het Engels.30 kaartenBUSINESS PHRASES – Zakelijke uitdrukkingenDeze set oefent veelvoorkomende zakelijke uitdrukkingen in het Engels.59 kaartenCADAVER QUESTIONS – Woordenschat voor de snijzaalDeze set oefent woordenschat en zinnen die je nodig hebt voor het bestuderen van menselijke anatomie en dissectie.60 kaartenCity Life Vocabulary – Woordenschat over het stadslevenDeze set oefent woordenschat en zinnen over het stadsleven voor Nederlandse leerders van het Engels.60 kaartenCOMMUNICATION (WORK RELATED) – Communicatie (werkgerelateerd)Deze set oefent veelgebruikte zinnen en uitdrukkingen voor werkgerelateerde communicatie in het Engels.60 kaartenConditionel – Voorwaardelijke zinnenDeze set oefent de drie soorten voorwaardelijke zinnen in het Engels.30 kaartenCosmetics & Esthetics Professional English – Professioneel Engels voor cosmetica en esthetiekDeze set oefent professionele Engelse termen en zinnen die veel voorkomen in de cosmetica- en esthetiekbranche, speciaal voor Nederlandstalige leerders.60 kaartenDo \ Does - tegenwoordige tijdLeer wanneer je Do en Does gebruikt in de tegenwoordige tijd. 60 oefenvragen met flashcards en quizzen, gratis Engelse grammatica oefenen.60 kaartenDo you feel FOMO? – Heb je last van FOMO?Deze set oefent Engelse termen en zinnen die te maken hebben met het missen van dingen en de angst om iets te missen (FOMO).60 kaartenEmotional Therapy vocabulary – Woordenschat voor emotionele therapieDeze set oefent woordenschat met betrekking tot emotionele therapie voor Nederlandstalige leerders van het Engels.55 kaartenENGLISH BUSINESS CONVERSATIONAL ENGLISH – Engels voor zakelijke gesprekkenDeze set oefent veelvoorkomende Engelse uitdrukkingen en zinnen die je nodig hebt in zakelijke gesprekken en op de werkvloer.60 kaartenEnglish Football words – Engelse voetbalwoordenDeze set oefent Engelse voetbaltermen voor Nederlandstalige leerders.40 kaartenENGLISH SENSE VERBS – Engelse zintuiglijke werkwoordenOefen de Engelse werkwoorden voor zien en horen: see, look at, watch, hear en listen to. 60 flashcards en quizzen, gratis op SpeakBase.60 kaartenEnglish Sentence Starters – Openingszinnen in het EngelsDeze set oefent veelgebruikte Engelse openingszinnen voor alledaagse gesprekken, zoals small talk, iemand om een gunst vragen en bestellen in een bar.20 kaartenEnglish Sounds – Engelse klankenDeze set oefent de uitspraak van Engelse klanken en lettercombinaties.30 kaartenEnglish Synonyms – Engelse synoniemenDeze set flashcards helpt je Engelse synoniemen en hun betekenis in het Nederlands te leren.60 kaartenENGLISH TENSES – Engelse tijdenDeze set oefent de tegenwoordige tijd (Present Simple), verleden tijd (Past Simple) en toekomende tijd (Future Simple) in het Engels.60 kaartenENGLISH- MAKE IT SOUND NATURAL – Idiomen en phrasal verbsDeze set oefent veelgebruikte Engelse phrasal verbs in zinnen van de werkvloer, zodat je natuurlijker klinkt op je werk.30 kaartenENGLISH-High-Tech Sales Engineer Terminology – Terminologie voor high-tech sales engineersDeze set oefent Engelse terminologie die essentieel is voor sales engineers in de high-tech sector.60 kaartenEVERYDAY CONVERSATIONAL ENGLISH PHRASES – Dagelijkse Engelse gesprekszinnenDeze set oefent veelvoorkomende Engelse uitdrukkingen en zinnen die je in alledaagse gesprekken kunt gebruiken.60 kaartenExpressions for explaining in everyday conversation – Uitdrukkingen voor uitleg in alledaagse gesprekkenDeze set oefent veelvoorkomende Engelse uitdrukkingen die je kunt gebruiken om dingen uit te leggen in alledaagse gesprekken.60 kaartenFlight phrases – Zinnen voor tijdens de vluchtDeze set oefent veelvoorkomende zinnen en vragen die je kunt gebruiken tijdens een vlucht.30 kaartenFomo present simple sentences – Zinnen over FOMO in de present simpleDeze set oefent zinnen in de tegenwoordige tijd (present simple) over het thema FOMO (Fear Of Missing Out).40 kaartenfood + present progressive – Eten + present progressiveDeze set oefent woorden over eten en de present progressive: wat iemand op dit moment aan het doen is.38 kaartenfood + present simple – Eten + present simpleLeer woorden over eten en oefen tegelijk de present simple. 40 flashcards en quizzen om gratis Engels te oefenen.40 kaartenFUNTIONAL EMGLISH – Functioneel EngelsDeze set oefent functioneel Engels voor alledaagse situaties en professionele contexten.60 kaartenFuture tense (Will + Going to) – Toekomende tijd (Will + Going to)Deze set oefent de toekomende tijd in het Engels met 'will' en 'going to'.60 kaartenFuture Tenses – Toekomende tijdenDeze set oefent de Simple, Continuous en Perfect toekomende tijden in het Engels.30 kaartenHave \ has – Wanneer gebruik je have en has?Wanneer gebruik je have en wanneer has? 42 oefenzinnen met flashcards en quizzen, gratis grammaticaoefening Engels voor Nederlandstaligen.42 kaartenhave \ has \ had – Hebben: have, has en hadDeze set oefent het gebruik van 'have', 'has' en 'had' in verschillende contexten, inclusief bezit, ontkenningen, vragen en verplichtingen.35 kaartenHave a Pleasant Flight – Een prettige vluchtHandige zinnen voor een steward of stewardess.30 kaartenIf I were a rich man – Als ik een rijk man wasDeze set oefent de drie soorten 'if'-zinnen (voorwaardelijke zinnen) in het Engels.30 kaartenINVERTED SENTENCES – Zinnen met inversieOefen omgekeerde zinnen en inversie in de Engelse grammatica. 60 interactieve voorbeelden met flashcards en quizzen, gratis op SpeakBase.60 kaartenIRREGULAR ADJECTIVES SET 1 – Onregelmatige bijvoeglijke naamwoorden set 1Oefen onregelmatige Engelse bijvoeglijke naamwoorden met hun vergrotende en overtreffende trap. 59 flashcards met quizzen, gratis grammaticaoefening.59 kaartenIRREGULAR ADJECTIVES-SET 1 – Onregelmatige bijvoeglijke naamwoorden, set 1Leer onregelmatige bijvoeglijke naamwoorden in het Engels: vergrotende en overtreffende trap. 60 interactieve flashcards en quizzen, gratis grammaticaoefening.60 kaartenKitchen vocabulary🍴🥄 – KeukenwoordenschatDeze set oefent de belangrijkste Engelse woorden en zinnen voor de keuken.45 kaartenLife used to be different – Het leven was vroeger andersDeze set oefent Engelse zinnen en woordenschat over hoe het leven vroeger was, met de nadruk op het gebruik van 'used to'.58 kaartenMake vs do – Make of doDeze set oefent het juiste gebruik van 'make' en 'do' in verschillende uitdrukkingen en contexten.22 kaartenMuch More Many A lot – Much, more, many en a lotDeze set oefent het juiste gebruik van 'much', 'more', 'many' en 'a lot' in het Engels.30 kaartenMy perfect weeked – Mijn perfecte weekendDeze set oefent Engelse woordenschat en zinnen over weekendactiviteiten.60 kaartenNATIVE VOCABULARY – Woorden die moedertaalsprekers gebruikenDeze set oefent veelvoorkomende Engelse woorden en uitdrukkingen die moedertaalsprekers gebruiken om onzekerheid, benadering of nuance uit te drukken.60 kaartenOn the plane – In het vliegtuigDeze set oefent zinnen en vragen die je in het vliegtuig kunt gebruiken.29 kaartenPast progressive – De duurvorm van de verleden tijdDeze set oefent de past progressive (verleden tijd duurvorm) in het Engels.40 kaartenPast Simple – Onregelmatige werkwoordenOefen Engelse onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd (past simple): 40 interactieve flashcards en quizzen met Nederlandse vertalingen, gratis op SpeakBase.40 kaartenPast Simple vs. Past Continuous – Past Simple versus Past ContinuousOefen het verschil tussen de Past Simple en de Past Continuous in het Engels.30 kaartenPAST SIMPLE/ PAST CONTINUOUS/ PRESENT PERFECT – Past simple, past continuous en present perfectDeze set oefent het gebruik van de Past Simple, Past Continuous en Present Perfect in het Engels.60 kaartenPast tense – Verleden tijdDeze set oefent onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd en het gebruik van de voorzetsels in, on en at.55 kaartenPast tense – Verleden tijd van 'to be'Oefen de verleden tijd van 'to be' (was, were) met 25 interactieve flashcards en quizzen. Gratis Engelse grammatica-oefening.25 kaartenPast tense – Werkwoorden in de verleden tijdDeze set oefent de verleden tijd van werkwoorden in het Engels.60 kaartenPast tense sentences – Zinnen in de verleden tijdDeze set oefent zinnen in de verleden tijd, zoals gebruikt in technische documentatie.30 kaartenPast\Present Participles – Verleden en tegenwoordige deelwoordenDeze set oefent het gebruik van tegenwoordige deelwoorden (-ing) en verleden deelwoorden (-ed) in het Engels.42 kaartenPerfect Tense Full Explanation – Volledige uitleg van de voltooide tijdenDeze set oefent de verschillende voltooide tijden (perfect tenses) in het Engels: wanneer je ze gebruikt en wat ze betekenen.52 kaartenPerfect Tenses – Voltooide tijdenPresent Perfect, Past Perfect en Present Perfect Continuous voor gevorderden.25 kaartenPersonality adjectives – Karaktereigenschappen in de tegenwoordige tijdDeze set oefent de tegenwoordige tijd in het Engels, met de nadruk op bijvoeglijke naamwoorden die iemands karakter beschrijven.40 kaartenPersonality adjectives – Karaktereigenschappen in de verleden tijdDeze set oefent bijvoeglijke naamwoorden die iemands karakter beschrijven, in zinnen in de verleden tijd.60 kaartenpersonality adjectives Sentences – Zinnen met bijvoeglijke naamwoorden voor karakterDeze set oefent zinnen met bijvoeglijke naamwoorden die persoonlijkheid beschrijven.60 kaartenPrepositions New – Voorzetsels nieuwDeze set oefent het gebruik van voorzetsels in het Engels, zoals in, on en at.30 kaartenPrepositions of Time and Place – Voorzetsels van tijd en plaatsDeze set oefent de voorzetsels 'in', 'on' en 'at' in het Engels, gebruikt voor zowel tijd als plaats.58 kaartenPresent continuous – Op het werkDeze set oefent de 'Present continuous' in werkgerelateerde zinnen.40 kaartenPresent Continuous & Seasons – Present continuous en de seizoenenDeze set oefent de Present Continuous en woordenschat over de seizoenen.57 kaartenPresent progressive – De duurvorm van de tegenwoordige tijdDeze set oefent de 'present progressive' in het Engels, een werkwoordsvorm die wordt gebruikt voor acties die nu plaatsvinden of tijdelijk zijn.40 kaartenPresent simple – De onvoltooid tegenwoordige tijdDeze set oefent de onvoltooid tegenwoordige tijd (Present simple) in het Engels.50 kaartenPresent Simple / Present Continuous – Gewone tegenwoordige tijd of duurvormDeze set oefent het verschil tussen de Present Simple en de Present Continuous in het Engels.30 kaartenPresent Simple vs. Present continuous – Present Simple versus Present ContinuousPresent Simple of Present Continuous? 18 oefenvragen met directe feedback, gratis Engelse grammaticaquiz op SpeakBase.18 kaartenProcrastination – UitstelgedragDeze set helpt je Engelse uitdrukkingen en zinnen te leren die te maken hebben met uitstelgedrag en het overwinnen ervan.40 kaartenProcrastination vocabulary – Woordenschat over uitstelgedragDeze set oefent woordenschat en zinnen die te maken hebben met uitstelgedrag en productiviteit.57 kaartenQuestions and Answers - Trips – Vragen en antwoorden - ReizenDeze set oefent vragen en antwoorden in de verleden tijd over reizen.36 kaartenQuestions and Answers – Jezelf voorstellenDeze set oefent vragen en antwoorden over jezelf voorstellen in het Engels.36 kaartenRelative clauses – Relatieve bijzinnenBeheers Engelse relatieve bijzinnen (who, which, that, whose). 50 interactieve voorbeelden met quizzen, gratis grammatica oefenen.50 kaartenRelative Pronouns – Relatieve voornaamwoordenDeze set oefent het gebruik van relatieve voornaamwoorden zoals who, whom, which, that, whose en where.20 kaartenSENTENCE BUILDING GRAMMAR SET 1 – Zinsbouw en grammatica, set 1Deze set oefent de basiszinsbouw in het Engels met verschillende werkwoordstijden.60 kaartenSENTENCE BUILDING GRAMMAR SET 1. – Zinsbouw en grammatica, set 1Grammatica-gerichte zinsbouw: 60 interactieve Engelse oefeningen met directe feedback. Gratis oefenen op SpeakBase.60 kaartenSENTENCE BUILDING SET 1.. – Zinnen bouwen set 1Bouw stap voor stap correcte Engelse zinnen. 60 oefeningen voor het bouwen van zinnen met directe feedback, gratis oefenen op SpeakBase.60 kaartenSENTENCE BULDING- SET 1 – Zinnen bouwen, set 1Oefen met het bouwen van Engelse zinnen: 60 interactieve oefeningen om de woordvolgorde en zinsstructuur onder de knie te krijgen. Gratis quiz op SpeakBase.60 kaartenSet #4 (Past Perfect, Daily routines and Hobbies) – Past Perfect, dagelijkse routines en hobby'sDeze set oefent de Past Perfect-tijd, evenals woordenschat voor dagelijkse routines en hobby's.36 kaartenShopping – WinkelenDeze set oefent woordenschat en zinnen die je nodig hebt om te winkelen in het Engels.60 kaartenShopping abroad – Winkelen in het buitenlandDeze set oefent veelvoorkomende zinnen en vragen die je nodig hebt tijdens het winkelen in het buitenland.30 kaartenSouvenir shop phrases – Zinnen voor de souvenirwinkelDeze set oefent veelvoorkomende zinnen die je kunt gebruiken in een souvenirwinkel.30 kaartenSpeaking: Understanding Generations – Generaties begrijpenDeze set oefent Engels spreken over generaties (Gen Z, millennials, boomers): 25 flashcards om over te praten, met quizzen, gratis op SpeakBase.25 kaartenSpecial Verbs and New Words – Speciale werkwoorden en nieuwe woordenDeze set oefent onregelmatige werkwoorden en nieuwe woorden in het Engels.17 kaartenTalking about habits – Over gewoontes pratenDeze set oefent vragen en antwoorden over dagelijkse gewoontes in het Engels.40 kaartenTenses summary – Overzicht van tijdenZinnen in alle tijden, door elkaar, in het Engels.39 kaartenThe three Ifs – De drie If-zinnenBeheers de drie Engelse voorwaardelijke zinnen (eerste, tweede en derde if). 30 interactieve voorbeelden met quizzen en gratis grammatica-oefeningen.30 kaartenThere is \ There are \ There was \ There were – Er is \ Er zijn \ Er was \ Er warenDeze set oefent het gebruik van 'there is', 'there are', 'there was' en 'there were' in verschillende contexten.50 kaartenThere is \ there are \ there was\ there were – Er is \ er zijn \ er was \ er warenDeze set oefent het gebruik van 'there is', 'there are', 'there was' en 'there were' in het Engels.60 kaartenThere was \ There were – Er was \ Er warenOefen 'There was' en 'There were' met 40 interactieve flashcards en voorbeeldzinnen. Gratis Engelse grammaticaquiz voor Nederlandse sprekers.40 kaartenThis \ That \ These \ Those – Dit \ Dat \ Deze \ DieDeze set oefent het gebruik van de aanwijzende voornaamwoorden 'this', 'that', 'these' en 'those' in het Engels.40 kaartenTo be to do to have – Zijn, doen, hebbenDeze set oefent de basiswerkwoorden 'to be', 'to do' en 'to have' in verschillende tijden en contexten.30 kaartenTo be, to have, to like, to go, to do – Zijn, hebben, leuk vinden, gaan, doenDeze set oefent de basiswerkwoorden 'to be', 'to have', 'to like', 'to go' en 'to do' in het Engels.30 kaartenTravel & Transport Vocabulary – Woordenschat voor reizen en vervoerDeze set oefent woordenschat en zinnen met betrekking tot reizen en vervoer, speciaal voor Nederlandstaligen die Engels leren.60 kaartenTravel Questions – Vragen voor op reisDeze set oefent veelvoorkomende vragen die je kunt stellen tijdens het reizen, bijvoorbeeld over geld wisselen en tours boeken.32 kaartenUseful Verbs – Handige werkwoordenDeze set oefent veelvoorkomende Engelse werkwoorden en hun gebruik in zinnen.60 kaartenUseful verbs and sentences – Handige werkwoorden en zinnenDeze set oefent veelvoorkomende Engelse werkwoorden en zinnen die je in het dagelijks leven kunt gebruiken.50 kaartenValve actuator vocab – Woordenschat voor klepaandrijvingenDeze set oefent technische woordenschat rond klepaandrijvingen (actuators).49 kaartenWas / Were – Verleden tijd van "to be"Oefen was en were, de verleden tijd van "to be". 24 interactieve flashcards met Nederlandse vertalingen. Gratis Engelse grammaticaquiz.24 kaartenWas \ Were – SollicitatiegesprekDeze set oefent het gebruik van 'was' en 'were' in de context van een sollicitatiegesprek.51 kaartenWas \ were – Was \ warenDeze set oefent het gebruik van 'was' en 'were' in het Engels, de verleden tijd van 'to be'.50 kaartenWelcome Aboard! – Welkom aan boord!Handige woorden voor een steward of stewardess.40 kaartenwhat do you do every day? – Wat doe je elke dag?Deze set oefent dagelijkse routines en activiteiten in het Engels.57 kaartenWhere would you rather live? – Waar zou je liever wonen?Deze set oefent woordenschat en zinnen over wonen, eten en persoonlijke ervaringen in het Engels.55 kaartenWORK VOCABULARY SET 1 – Woordenschat voor op het werk, set 1Deze set oefent belangrijke woordenschat die je nodig hebt in een professionele werkomgeving.60 kaartenWorld of ads vocabulary – Woordenschat over reclameDeze set oefent woordenschat en zinnen die te maken hebben met reclame en marketing.56 kaartenYes, but... – Ja, maar...Oefen hoe je in het Engels beleefd een andere mening geeft: 50 interactieve flashcards met quizzen om gratis je spreekvaardigheid te oefenen.50 kaarten

Premium-sets(168)

Sets op hoger niveau voor Premium-leden. Maak een account aan en ontgrendel alle kaarten en alle 7 manieren om te oefenen.

A1 · Beginner(14)

A1 Grammar Summary – Grammaticaoverzicht A1PremiumEen uitgebreid overzicht van de grammaticaregels op A1-niveau: to be, there is/are, basisvoorzetsels, basislidwoorden. Elke regel met een kort voorbeeld.45 kaartenArticles: A, An, The – Lidwoorden: A, An, ThePremiumBeheers het gebruik van lidwoorden in het Engels via zinnen in context. Leer wanneer je 'a', 'an' en 'the' moet gebruiken.40 kaartenBasic Adjectives in Context – Eenvoudige bijvoeglijke naamwoorden in contextPremiumOefen veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden (big, small, happy, sad, cold, hot) in zinnen. Leer de juiste plaatsing van bijvoeglijke naamwoorden.40 kaartenBasic Prepositions – BasisvoorzetselsPremiumLeer essentiële voorzetsels (in, on, at, to, from, enz.) via zinnen die het juiste gebruik tonen.40 kaartenBasic Pronouns & Possessives – Basisvoornaamwoorden en bezittelijke vormenPremiumOefen persoonlijke voornaamwoorden en bezittelijke vormen met zinnen in context. Essentiële basis voor A1-leerders.40 kaartenCountable & Uncountable Nouns – Telbare en ontelbare zelfstandige naamwoordenPremiumBegrijp het verschil tussen telbare zelfstandige naamwoorden (apples, chairs) en ontelbare (water, music). Gebruik 'many' en 'much' correct.40 kaartenDaily Routine Vocabulary – Woordenschat: dagelijkse routinePremiumEssentiële woorden om de dagelijkse routine te beschrijven: wake up, breakfast, work, lunch, dinner, sleep. Met voorbeelden in context.45 kaartenHome & Family Vocabulary – Woordenschat over huis en familiePremiumWoordenschat over het huis (slaapkamer, keuken, badkamer) en de familie (moeder, vader, zus, broer, neef/nicht).40 kaartenNumbers, Time & Calendar – Getallen, tijd en kalenderPremiumDeze set oefent de getallen 1-100, tijd (uren, minuten), dagen van de week, maanden en seizoenen. Met praktische voorbeelden.40 kaartenPresent Progressive – De tegenwoordige duurvormPremiumOefen de present continuous met zinnen uit het dagelijks leven. Leer acties beschrijven die nu bezig zijn.40 kaartenPresent Simple – De onvoltooid tegenwoordige tijdPremiumLeer de present simple aan de hand van zinnen in context. Ideaal voor A1-leerders: dagelijkse routines en gewoonten.40 kaartenPresent Simple vs Progressive – Gewone tegenwoordige tijd versus duurvormPremiumLeer het verschil tussen de present simple (gewoontes/feiten) en de present continuous (lopende acties). Minimale paren en contrasten.40 kaartenThere Is / There Are – Er is / Er zijnPremiumDeze set oefent het onderscheid tussen 'there is' (enkelvoud) en 'there are' (meervoud). Het bevat ook ontkenningen en vragen met alledaagse voorbeelden.40 kaartenTo Be Verb – Het werkwoord 'to be'PremiumOefen het werkwoord 'to be' in alle vormen: bevestigend, ontkennend en vragend, voor alle personen in de tegenwoordige tijd.40 kaarten

A2 · Basis(24)

A2 Grammar Summary – Grammaticaoverzicht A2PremiumEen overzicht van de grammatica op niveau A2: verleden tijden, vormen van de toekomende tijd, gerund versus infinitief en de basis van modale werkwoorden. Elke regel met een voorbeeld.40 kaartenAdverbs of Frequency – Bijwoorden van frequentiePremiumalways, usually, often, sometimes, rarely, never: waar ze in de zin staan, in de simple present en de continuous.40 kaartenArticles & Prepositions – Lidwoorden en voorzetselsPremiumWanneer gebruik je a/an/the en de veelvoorkomende voorzetsels in/on/at.25 kaartenBasic Tenses Drill – Basistijden oefenenPremiumOefen de basistijden: Present Simple, Past Simple, Future, Present Continuous.25 kaartenComparatives & Superlatives – Vergrotende en overtreffende trapPremiumOefen de vergrotende en overtreffende trap en leer mensen, dingen en ideeën vergelijken met natuurlijke voorbeelden.40 kaartenFood & Cooking Vocabulary – Eten en kokenPremiumDeze set oefent woordenschat over eten, groenten, fruit en vlees. Ook kooktermen zoals 'to boil', 'fry' en 'bake' en eenvoudige kookinstructies komen aan bod.40 kaartenFuture Tenses: Will vs Going To – De toekomende tijd: will en going toPremiumOefen 'will' en 'going to' voor de toekomst en leer wanneer je welke vorm gebruikt, met voorbeelden in context.40 kaartenGerunds vs Infinitives – Gerundia en infinitievenPremiumWanneer gebruik je een gerund (swimming) en wanneer een infinitief (to swim)? Met werkwoorden als enjoy, want en like.40 kaartenListening Vocabulary – LuisterwoordenschatPremiumVeelvoorkomende woorden die voorkomen in luisterfragmenten voor het eindexamen.25 kaartenModal Verbs: Can, Must, Should – Modale werkwoorden: can, must en shouldPremiumLeer de modale werkwoorden voor vaardigheid, verplichting en advies. Daarmee zeg je wat kan, wat moet en wat verstandig is.40 kaartenNumbers, Dates & Quantifiers – Getallen, datums en hoeveelheidswoordenPremiumDeze set oefent getallen, datums en hoeveelheidswoorden, onmisbaar voor lezen en schrijven op niveau A2.25 kaartenOpinion Writing Toolkit – Je mening op papierPremiumUitdrukkingen om je mening te geven in een schrijfopdracht.25 kaartenPast Progressive – Duurvorm in de verleden tijdPremiumLeer de duurvorm in de verleden tijd. Beschrijf handelingen die op een bepaald moment in het verleden aan de gang waren.40 kaartenPast Simple – Verleden tijdPremiumOefen de verleden tijd met regelmatige en onregelmatige werkwoorden in context. Onmisbaar op niveau A2.40 kaartenPersonal Letter Toolkit – Een persoonlijke brief schrijvenPremiumZinnen voor het schrijven van een persoonlijke brief aan een vriend in het Engels.25 kaartenPhrasal Verbs Expanded – Meer frasale werkwoordenPremiumExtra frasale werkwoorden die vaak voorkomen in het eindexamen Engels.25 kaartenPossessive Forms – Bezittelijke vormenPremiumDeze set oefent bezittelijke voornaamwoorden voor een zelfstandig naamwoord (my, your, his) en zelfstandig gebruikte (mine, yours, his), plus het juiste gebruik van de bezits-'s.40 kaartenQuestion & Instruction Words – Vraag- en instructiewoordenPremiumDe meest voorkomende vraag- en instructiewoorden die je tegenkomt in het eindexamen Engels.25 kaartenQuestion Words & Structures – Vraagwoorden en -structurenPremiumOefen vragen stellen met de Engelse vraagwoorden (who, what, when, where, why, how) en verschillende vraagstructuren.40 kaartenSentence Completion – Gevorderde oefeningenPremiumGevorderde oefeningen voor het aanvullen van zinnen, vergelijkbaar met examens op A2-niveau.25 kaartenShopping & Money Vocabulary – Woordenschat over winkelen en geldPremiumBelangrijke woorden voor winkelen en geld, zoals price, cost, change, receipt, discount en sale, in complete zinnen uit de winkel.40 kaartenSpeaking Phrases – SpreekzinnenPremiumHandige zinnen voor het spreekexamen.25 kaartenTravel & Transport Vocabulary – Reizen en vervoerPremiumDeze set oefent woordenschat en zinnen voor reizen en vervoer, zoals 'airport', 'train', 'bus', 'car', 'airplane', 'hotel', en uitdrukkingen zoals 'to book a flight', 'to buy a ticket', 'customs'.40 kaartenUsed To + Would – Gewoontes en toestanden in het verledenPremiumOnderscheid tussen 'used to' en 'would' om gewoontes en toestanden in het verleden te beschrijven. Inclusief negatieve vormen en vragen.40 kaarten

B1 · Gemiddeld(24)

B1 Grammar Summary – Grammaticaoverzicht B1PremiumGrammaticaoverzicht voor niveau B1: tijden, conditionals, betrekkelijke bijzinnen, de lijdende vorm, modale werkwoorden, de vergrotende trap en werkwoordpatronen. Elke regel met een voorbeeld.45 kaartenConditionals: Zero & First – Voorwaardelijke zinnen: zero en first conditionalPremiumOefen de zero conditional (feiten) en de first conditional (waarschijnlijke toekomst): echte en mogelijke situaties.40 kaartenCustomer Service English – Engels voor klantenservicePremiumProfessionele zinnen en uitdrukkingen voor klantenservice in het Engels: een aanvraag ontvangen, omgaan met een klacht, excuses aanbieden, een oplossing voorstellen en een gesprek vriendelijk afsluiten. Geschikt voor service- en supportmedewerkers.36 kaartenCV & Resume English – Engels voor je cv en sollicitatiebriefPremiumWoorden, uitdrukkingen en actiewerkwoorden voor een professioneel Engelstalig cv en een sollicitatiebrief: werkervaring, prestaties, vaardigheden en sterke formuleringen. Geschikt voor werkzoekenden.36 kaartenEnvironment & Nature Vocabulary – Woordenschat: milieu en natuurPremiumDeze set oefent woordenschat over duurzaamheid en natuur, zoals hernieuwbare energie, vervuiling, klimaatverandering, ecosystemen en wilde dieren.40 kaartenFormal Letter Toolkit – Bouwstenen voor een formele briefPremiumDeze set oefent uitdrukkingen voor het schrijven van een formele brief in het Engels.25 kaartenHealth & Medicine Vocabulary – Gezondheid en geneeskundePremiumDeze set oefent woordenschat over gezondheid en medicijnen, zoals disease, symptom, treatment, medication, hospital, doctor, en veelvoorkomende medische uitdrukkingen.40 kaartenIdioms Expanded – Meer Engelse uitdrukkingenPremiumExtra uitdrukkingen die voorkomen in examens voor het voortgezet onderwijs.25 kaartenLinking Words Masterclass – Masterclass verbindingswoordenPremiumAlle belangrijke verbindingswoorden voor het eindexamen, gesorteerd op functie.25 kaartenModal Verbs – Modale werkwoordenPremiumModale werkwoorden: can, could, may, might, must, should, have to, en meer.25 kaartenPassive Voice – Lijdende vormPremiumLeer hoe je de lijdende vorm maakt, hoe je bedrijvende zinnen omzet en hoe je de lijdende vorm in context gebruikt.40 kaartenPerfect Tenses Deep Dive – De voltooide tijden in de dieptePremiumDeze set oefent de Present Perfect, Past Perfect en Present Perfect Continuous.25 kaartenPhrasal Verbs – Frasale werkwoordenPremiumOefen veelvoorkomende frasale werkwoorden. Leer meer dan 50 combinaties die je in het dagelijks Engels steeds tegenkomt.50 kaartenPrepositions & Collocations – Voorzetsels en collocatiesPremiumWerkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en zelfstandige naamwoorden met de juiste voorzetsels.25 kaartenPresent Perfect – Voltooid tegenwoordige tijdPremiumOefen de voltooid tegenwoordige tijd. Leer met zinnen in context hoe je ervaringen en recente gebeurtenissen beschrijft.40 kaartenRelative Clauses – Relatieve bijzinnenPremiumOefen relatieve bijzinnen met 'who', 'which', 'that' en 'where'. Leer zinnen op een natuurlijke manier combineren.40 kaartenRestatements – Actief en passiefPremiumZinnen omzetten van de actieve naar de passieve vorm en andersom, een structuur die vaak terugkomt.25 kaartenRestatements – TijdveranderingenPremiumZinnen herformuleren met een verandering in de werkwoordstijd.25 kaartenRestatements – Voorwaardelijke zinnen en wensenPremiumDeze set oefent het herformuleren van voorwaardelijke zinnen, wensen en voorkeursuitdrukkingen.25 kaartenSales English – Engels voor verkopersPremiumBelangrijke zinnen voor verkopers in het Engels: een product presenteren, klantbehoeften identificeren, omgaan met bezwaren, een offerte aanbieden en een deal sluiten. Een praktisch hulpmiddel voor verkopers en zakenmensen.36 kaartenSecond Conditional – De tweede voorwaardelijke zinPremiumHypothetische voorwaarden: If + past simple... would + infinitief. Met praktische voorbeelden uit het dagelijks leven.20 kaartenSo/Such/Too/Enough – Zo/Zulk/Te/GenoegPremiumVersterkende woorden in het Engels: so big, such a big, too big, big enough. Met voorbeelden in context.40 kaartenVerb Patterns – WerkwoordpatronenPremiumTerugkerende patronen: werkwoord + object, werkwoord + infinitief, werkwoord + gerundium. De meest voorkomende werkwoorden in elk patroon.40 kaartenWish & If Only – Wensen en spijtPremiumDeze set oefent 'wish + past' (wish I were) en zinnen met 'if only'. Zo druk je een wens of spijt uit over het heden of het verleden.20 kaarten

B2 · Bovengemiddeld(68)

Academic Essay Templates – Sjablonen voor academische essaysPremiumVaste formuleringen voor elk onderdeel van een academisch essay in het Engels.25 kaartenAdvanced Passive & Causative – Gevorderde passieve en causatieve constructiesPremiumGevorderde passieve constructies en de causatief (have/get something done), met veel voorbeelden.40 kaartenArgumentative Essay Vocabulary – Woordenschat voor een betogend essayPremiumDe woordenschat die je nodig hebt om een betogend essay (argumentative essay) te schrijven.25 kaartenB2 Grammar Summary – Grammaticaoverzicht B2PremiumOverzicht van de grammatica op niveau B2: mixed conditionals, cleft sentences, inversie, de causatief en gevorderde lijdende vormen.40 kaartenb2-have-something-done – Iets laten doenPremiumDeze set oefent de constructie 'have something done' en 'get something done' in het Engels, wat betekent dat je iets door iemand anders laat doen.40 kaartenBusiness English Vocabulary – Woordenschat voor zakelijk EngelsPremiumGevorderde zakelijke woordenschat, zoals stakeholder, revenue, investment, merger, acquisition en ROI, met voorbeelden uit het bedrijfsleven.45 kaartenCleft & Emphatic Sentences – Gespleten en nadrukkelijke zinnenPremiumGeavanceerde nadrukstructuren: it-cleft, wh-cleft en het gebruik van 'do' voor nadruk.25 kaartenCleft Sentences – Gespleten zinnenPremiumGespleten zinnen (cleft sentences): 'It is X that...' om verschillende delen van een zin te benadrukken. Vaak gebruikt in kranten.40 kaartenCollocations & Word Partnerships – Collocaties en woordcombinatiesPremiumLeer natuurlijke woordcombinaties die je nodig hebt voor vloeiend Engels: veelvoorkomende collocaties en vaste combinaties.50 kaartenFormal Connectors – Formele verbindingswoordenPremiumFormele verbindingswoorden voor academisch schrijven en gevorderd lezen.25 kaartenHave Something Done – Causatieve constructiesPremiumCausatieve constructies: have/get something done. Druk acties uit die iemand anders voor jou uitvoert.40 kaartenHi-Tech & Workplace IT English – Engels voor tech en IT op de werkvloerPremiumVakjargon en professioneel Engels voor werken in de tech: teamvergaderingen, taakbeheer, ontwikkeling en deployment, en dagelijkse communicatie op een techkantoor. Geschikt voor IT'ers en ontwikkelaars.36 kaartenIELTS Academic Word List I – Academische woordenlijst IPremium30 academische basiswoorden uit de AWL (Academic Word List), groep A.30 kaartenIELTS Academic Word List II – Academische woordenlijst IIPremium30 academische woorden uit de AWL (Academic Word List), groep B.30 kaartenIELTS Academic Word List III – Academische woordenlijst IIIPremium30 extra academische woorden uit de AWL (groep C) voor gevorderd academisch lezen.30 kaartenIELTS Idioms & Collocations – Idiomen en collocatiesPremium30 idiomen en collocaties die je Speaking en Writing verrijken en je score voor Lexical Resource verhogen.30 kaartenIELTS Listening Section 1 – Reserveringen, registratie, persoonlijke gegevensPremium30 veelvoorkomende uitdrukkingen uit IELTS Listening Section 1: alledaagse gesprekken, inschrijfformulieren en reserveringen.30 kaartenIELTS Listening Section 2 – Monoloog, rondleidingen en routebeschrijvingenPremium30 veelvoorkomende uitdrukkingen uit Section 2: monologen over uitstapjes, bezienswaardigheden en de weg vinden op een openbare plek.30 kaartenIELTS Listening Section 3 – Academisch gesprek tussen studentenPremium30 woorden en uitdrukkingen die typerend zijn voor gesprekken tussen studenten en een docent in IELTS Listening Section 3.30 kaartenIELTS Listening Section 4 – Academische lezingPremium30 uitdrukkingen die voorkomen in academische monologen in IELTS Listening Section 4.30 kaartenIELTS Mixed Review – Algemene herhaling voor de testPremium30 gemengde woorden en uitdrukkingen uit alle vier de onderdelen van de test: Reading, Listening, Speaking en Writing.30 kaartenIELTS Phrasal Verbs – Veelvoorkomende Engelse werkwoorden met voorzetselsPremium30 veelgebruikte phrasal verbs uit de onderdelen Listening en Reading van IELTS.30 kaartenIELTS Question Stems & Instructions – Vraagstellingen en instructiesPremium30 veelvoorkomende vraagstellingen en instructies uit de IELTS-test, zodat je snel begrijpt wat er gevraagd wordt.30 kaartenIELTS Speaking Part 1 – Persoonlijke vragenPremium30 uitdrukkingen voor vlotte, natuurlijke antwoorden in het eerste deel van Speaking: hobby's, familie, werk en studie.30 kaartenIELTS Speaking Part 2 – Beschrijven in de Long TurnPremium30 uitdrukkingen om een persoon, plaats, voorwerp of gebeurtenis te beschrijven in de Long Turn van het Speaking-examen.30 kaartenIELTS Speaking Part 3 – Complexe discussiePremium30 uitdrukkingen voor de abstracte discussie in deel 3: je mening geven, vergelijken en trends voorspellen.30 kaartenIELTS Writing Task 1 – Grafieken en diagrammen beschrijvenPremium30 uitdrukkingen om trends, stijgingen en dalingen te beschrijven in de grafieken en tabellen van Task 1 (IELTS Academic).30 kaartenIELTS Writing Task 1 – Procesdiagrammen en kaartenPremium30 uitdrukkingen om processen, stadia en kaarten (vergelijking voor/na) te beschrijven in Task 1.30 kaartenIELTS Writing Task 2 – Woordenschat voor argumentatiePremium30 sterke werkwoorden en zelfstandige naamwoorden om je argumentatie diepgang en lexicale variatie te geven voor een score van 7+.30 kaartenInversion – InversiePremiumOefen inversie voor nadruk in formele zinnen: 'Never have I...', 'Seldom does...', 'Only then did...'.40 kaartenInversion – Inversie voor gevorderdenPremiumGeavanceerde inversieconstructies die voorkomen in examens voor gevorderden.25 kaartenJob Interview Vocabulary Part 1 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 1Premium30 geavanceerde woorden en uitdrukkingen voor een sollicitatiegesprek in het Engels. Deel 1: jezelf beschrijven, sterke punten, prestaties, lastige vragen en slimme vragen aan de interviewer. Met Nederlandse vertaling en een voorbeeldzin bij elk woord.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 10 – Zakelijke termen voor sollicitatiegesprekkenPremium30 geavanceerde woorden en uitdrukkingen uit het zakelijke jargon voor sollicitatiegesprekken in het Engels, deel 10.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 2 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 2Premium30 geavanceerde woorden en zinnen om gedragsgerichte vragen te beantwoorden in een sollicitatiegesprek in het Engels. Deel 2: de STAR-methode, verhalen over je prestaties, uitdagingen en oplossingen beschrijven. Met Nederlandse vertaling en een voorbeeldzin bij elk woord.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 3 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 3Premium30 geavanceerde woorden en zinnen om tijdens een sollicitatiegesprek in het Engels over salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden te onderhandelen. Deel 3: beloningspakket, salarisverwachtingen, extra voordelen en professioneel onderhandelen. Met Nederlandse vertaling en een voorbeeldzin bij elk woord.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 4 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 4Premium30 geavanceerde woorden en uitdrukkingen over werken op afstand en de moderne werkplek, voor een sollicitatiegesprek in het Engels. Deel 4: hybride werken, tijdmanagement, digitale tools en teamcultuur op afstand. Met Nederlandse vertaling en een voorbeeldzin bij elk woord.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 5 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 5Premium30 geavanceerde woorden en zinnen voor professionele opvolging en communicatie na een sollicitatiegesprek in het Engels. Deel 5: e-mails, bedankberichten, opvolging en professioneel netwerken. Met Nederlandse vertaling en een voorbeeldzin bij elk woord.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 6 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 6Premium30 geavanceerde woorden en uitdrukkingen over technische vaardigheden en probleemoplossing voor een sollicitatiegesprek in het Engels, deel 6.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 7 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 7Premium30 geavanceerde woorden en uitdrukkingen over leiderschap en management voor een sollicitatiegesprek in het Engels, deel 7.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 8 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 8Premium30 geavanceerde woorden en uitdrukkingen over onderzoek naar het bedrijf en slimme vragen in een sollicitatiegesprek in het Engels, deel 8.60 kaartenJob Interview Vocabulary Part 9 – Woordenschat voor sollicitatiegesprekken deel 9Premium30 geavanceerde woorden en uitdrukkingen over carrièreswitches en motivatie in een sollicitatiegesprek in het Engels, deel 9.60 kaartenLaw & Society Vocabulary – Recht en samenlevingPremiumRecht en samenleving: wetgeving, rechtszaak, uitspraak, contract, rechtvaardigheid, rechten, gelijkheid.40 kaartenLinking Words & Discourse Markers – Verbindingswoorden en discoursmarkersPremiumDeze set oefent geavanceerde verbindingswoorden en discoursmarkers voor academisch schrijven, zodat je betoog soepel en logisch loopt.40 kaartenMedia & News Vocabulary – Media- en nieuwswoordenschatPremiumDeze set oefent woordenschat over media en nieuws: broadcast, journalist, headline, press release, editorial, breaking news.40 kaartenMixed Conditionals – Gemengde voorwaardelijke zinnenPremiumGemengde voorwaardelijke zinnen: If + past perfect, would + basiswerkwoord (een verleden actie die het heden beïnvloedt), of If + past simple, would have + V3 (een huidige situatie die het verleden beïnvloedt). Ze drukken verbanden uit tussen heden en verleden.40 kaartenNegotiation English – Engels voor onderhandelingenPremiumKernuitdrukkingen voor zakelijke onderhandelingen in het Engels: tegenvoorstellen doen, compromissen sluiten, voorwaarden stellen en een deal sluiten. Onmisbaar voor ondernemers en managers.36 kaartenParaphrasing Techniques – ParafraseringstechniekenPremiumTechnieken om te parafraseren voor het eindexamen: de betekenis blijft hetzelfde, de formulering verandert.25 kaartenPhrasal Verbs – Frasale werkwoordenPremiumGeavanceerde frasale werkwoorden voor genuanceerde communicatie. Leer meer dan 50 minder bekende maar nuttige combinaties.50 kaartenPresentation English – Presenteren in het EngelsPremiumBelangrijke uitdrukkingen en zinnen voor het geven van een professionele presentatie in het Engels: opening, overgangen tussen onderwerpen, presenteren van gegevens, samenvatten en beantwoorden van vragen. Geschikt voor werknemers en studenten.36 kaartenReported Speech – Indirecte redePremiumOefen de indirecte rede in het Engels: tijden die verschuiven en werkwoorden als say, tell, ask en suggest.40 kaartenSecond & Third Conditional – Tweede en derde voorwaardelijke zinPremiumOefen de tweede (onwaarschijnlijk) en derde (onmogelijk) voorwaardelijke zinnen. Leer hypothetische situaties in een natuurlijke context.40 kaartenTOEFL Academic Word List I – Academische woordenlijst IPremium30 woorden uit de Academic Word List (AWL), eerste groep.30 kaartenTOEFL Academic Word List II – Academische woordenlijst IIPremium30 extra woorden uit de academische woordenlijst.30 kaartenTOEFL Academic Word List III – Academische woordenlijst IIIPremium30 geavanceerde academische woorden voor een hoge TOEFL-score.30 kaartenTOEFL Idioms – Veelgebruikte uitdrukkingenPremiumVeelvoorkomende uitdrukkingen die kunnen voorkomen in luisterfragmenten en dialogen.30 kaartenTOEFL Listening Question Stems – Vraagstellingen bij luistervaardigheidPremiumVeelvoorkomende vraagtypen in het luistergedeelte: hoofdgedachte, details, houding, relatie.30 kaartenTOEFL Listening: Conversations – Gesprekken op de campusPremiumVeelvoorkomende uitdrukkingen in campusdialogen tussen studenten en docenten, adviseurs en functionarissen.30 kaartenTOEFL Listening: Lecture Phrases — Zinnen voor academische lezingenPremiumVeelvoorkomende zinnen in academische lezingen die helpen de structuur en boodschap te identificeren.30 kaartenTOEFL Mixed Review – Gemengde herhalingPremiumDertig woorden uit alle categorieën door elkaar, voor een laatste herhaling vlak voor de test.30 kaartenTOEFL Phrasal Verbs – Academische frasale werkwoordenPremiumFrasale werkwoorden die voorkomen in academische lezingen en dialogen.30 kaartenTOEFL Speaking: Independent Task – Onafhankelijke spreektaakPremiumWoordenschat en uitdrukkingen voor onafhankelijke antwoorden in het spreekgedeelte.30 kaartenTOEFL Speaking: Integrated Task – Geïntegreerde spreektaakPremiumWoordenschat voor geïntegreerde antwoorden die lees- en luisterfragmenten samenvatten.30 kaartenTOEFL Synonym Groups – SynoniemgroepenPremiumGroepen synoniemen rond één kernwoord, zodat je de betekenis tijdens het lezen herkent.30 kaartenTOEFL Synonyms – Synoniemen voor TOEFLPremiumAcademische synoniemen die voorkomen in 'What does X mean?'-vragen in TOEFL Reading.30 kaartenTOEFL Test Strategy Vocabulary – Woordenschat voor TOEFL-strategiePremiumWoorden die je helpen instructies, waarschuwingen en hulpmiddelen te begrijpen tijdens de TOEFL iBT.30 kaartenTOEFL Word Forms – WoordvormenPremiumEén woord in verschillende vormen: werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord.30 kaartenTOEFL Writing: Argumentative Essay – Argumentatief essayPremiumBelangrijke uitdrukkingen en woorden voor een betoog in TOEFL Writing: zo bouw je een overtuigend argument op.30 kaartenTOEFL Writing: Integrated Task – Geïntegreerde schrijftaakPremiumKernuitdrukkingen om teksten te vergelijken in het onderdeel Integrated Writing.30 kaarten

C1 · Gevorderd(23)

Academic English Vocabulary – Academische Engelse woordenschatPremiumAcademische en vakspecifieke woordenschat, onmisbaar voor wetenschappelijk schrijven en discussiëren.40 kaartenAdvanced Collocations – Geavanceerde collocatiesPremiumGeavanceerde collocaties die vaak voorkomen in examens op C1-niveau.25 kaartenAdvanced Connectors & Discourse – Gevorderde verbindingswoorden en tekststructuurPremiumGevorderde verbindingswoorden zoals 'consequently', 'furthermore', 'notwithstanding' en 'whereby', handig voor academisch schrijven.45 kaartenAdvanced Idioms & Phrases – Gevorderde idiomen en uitdrukkingenPremiumAcademische uitdrukkingen en geavanceerde zinsconstructies die voorkomen in langere teksten voor gevorderde leerders.25 kaartenAdvanced Modal Verbs – Geavanceerde modale werkwoordenPremiumGevorderde modale werkwoorden zoals 'may have', 'might have', 'should have' en 'could have', om aan te geven hoe waarschijnlijk iets is.40 kaartenAdvanced Tense Review – Tijdenoverzicht voor gevorderdenPremiumOefen hoe werkwoordstijden samenwerken in zinnen en verhalen met gemengde tijden, op gevorderd niveau.40 kaartenAdvanced Writing Vocabulary – Woordenschat voor gevorderd schrijvenPremiumWoordenschat voor formeel schrijven: articulate, substantiate, underscore, allude, epitomize.40 kaartenC1 Grammar Summary – Grammaticaoverzicht C1PremiumOverzicht van de grammatica op niveau C1: gevorderde modale werkwoorden, nominalisatie, ellips en stijlfiguren.45 kaartenDebate & Argumentation – Debat en argumentatiePremiumDeze set oefent uitdrukkingen om te argumenteren, zoals I would argue that... en It could be maintained that..., en de middelen om te overtuigen: ethos, pathos en logos.40 kaartenEllipsis & Substitution – Ellips en substitutiePremiumDeze set oefent ellips in complexe contexten: weglating, pro-vormen en substitutie. Vermijd herhaling van woorden.20 kaartenEmphasis & Fronting – Nadruk en vooropplaatsingPremiumDeze set oefent technieken voor nadruk: cleft sentences, vooropplaatsing en inversie. Vaak gebruikt in formele teksten en journalistiek.20 kaartenIdioms & Fixed Expressions for Fluency – Idiomen en vaste uitdrukkingen voor vloeiend EngelsPremiumOefen idiomen en vaste uitdrukkingen om natuurlijker te klinken, net als een moedertaalspreker. Gevorderde figuurlijke taal.40 kaartenIELTS Reading – Maatschappij en geschiedenisPremium30 woorden over maatschappij, geschiedenis en politiek, veelvoorkomende onderwerpen in het onderdeel Reading van IELTS.30 kaartenIELTS Reading – Milieu en klimaatPremium30 woorden die voorkomen in leesteksten over milieu, klimaat, en flora en fauna in IELTS.30 kaartenIELTS Reading – Technologie en innovatiePremium30 woorden over technologie, innovatie en toegepaste wetenschap, een terugkerend onderwerp in het onderdeel Reading van IELTS.30 kaartenNominalisation – NominalisatiePremiumWerkwoorden omzetten in zelfstandige naamwoorden: develop → development. Veel gebruikt in formele en academische teksten.40 kaartenPolitics & Economy Vocabulary – Politiek en economiePremiumDeze set oefent woordenschat over politiek en economie, inclusief geopolitiek, inflatie, sancties, democratie en autocratie, met aandacht voor politieke nuances.40 kaartenScience & Technology Vocabulary – Wetenschap en technologiePremiumDeze set oefent woordenschat over wetenschap en technologie, zoals algorithm, quantum, blockchain, genomics en innovation, met voorbeelden in context.40 kaartenSubjunctive & Advanced Conditionals – De aanvoegende wijs en geavanceerde voorwaardelijke zinnenPremiumDe aanvoegende wijs (subjunctive), gemengde voorwaardelijke zinnen (mixed conditionals) en zeldzame voorwaardelijke constructies.25 kaartenSubjunctive & Formal Structures – Aanvoegende wijs en formele structurenPremiumOefen de aanvoegende wijs (subjunctive) en formele Engelse structuren: gevorderde constructies voor academisch en zakelijk taalgebruik.40 kaartenTOEFL Reading Question Stems – Vraagstellingen bij leesvaardigheidPremiumVraagstellingen in TOEFL Reading en de strategie voor elk type vraag.30 kaartenTOEFL Reading: History & Arts – Geschiedenis en kunstPremiumWoordenschat over geschiedenis, kunst en literatuur voor de leesgedeelten.30 kaartenTOEFL Reading: Science – Wetenschappelijke woordenschatPremiumWetenschappelijke woorden die voorkomen in de leesteksten van de TOEFL.30 kaarten

C2 · Zeer gevorderd(15)

Advanced Collocations & Native-Level Expressions – Geavanceerde collocaties en uitdrukkingen op moedertaalniveauPremiumDe meest geavanceerde collocaties en uitdrukkingen, voor wie Engels wil spreken als een moedertaalspreker.50 kaartenAdvanced Phrasal Verbs Level 3 – Gevorderde phrasal verbs niveau 3PremiumGevorderde phrasal verbs zoals 'put across', 'break down' en 'get across' in complexe contexten.40 kaartenArchaic & Rarely Used Words – Archaische en zelden gebruikte woordenPremiumDeze set oefent archaïsche en zelden gebruikte Engelse woorden zoals hither, whence, erstwhile en unto. Handig voor het lezen van Engelse klassiekers.40 kaartenBritish vs American English – Verschillen tussen Brits en Amerikaans EngelsPremiumDeze set oefent de verschillen tussen Brits en Amerikaans Engels, zoals 'colour'/'color', 'centre'/'center', 'autumn'/'fall', en culturele nuances.40 kaartenC2 Grammar Summary – Grammaticaoverzicht C2PremiumOverzicht van de grammatica op niveau C2: stijlmiddelen, registervariatie en gevorderde discourse markers.40 kaartenc2-euphemisms – EufemismenPremiumDeze set oefent eufemismen in het Engels, oftewel verzachtende uitdrukkingen voor gevoelige onderwerpen.40 kaartenc2-literary-poetic – Literaire en poëtische termenPremiumDeze set oefent Engelse termen en concepten die vaak voorkomen in literaire en poëtische contexten, geschikt voor gevorderde leerders.40 kaartenCommon Mistakes Advanced Learners Make – Veelvoorkomende fouten van gevorderde leerdersPremiumDeze set oefent veelvoorkomende fouten die gevorderde leerders van het Engels maken, zoals overmatige formaliteit, collocatiefouten en inconsistentie in stijl.40 kaartenEnglish Humor & Wit – Engelse humor en geestigheidPremiumHumorstijlen: sarcasme, ironie, understatement, absurdisme. Voor het begrijpen van de Britse cultuur.40 kaartenEuphemisms & Dysphemisms – Eufemismen en disfemismenPremiumDeze set oefent subtiele en grove uitdrukkingen: 'pass away' (eufemisme) versus 'die'. In verschillende sociale contexten.40 kaartenLiterary & Poetic Language – Literaire en poëtische taalPremiumDeze set oefent literaire en poëtische taal: metaforen, alliteratie, beeldspraak en symboliek. De voorbeelden komen uit hedendaagse literatuur.40 kaartenNuance & Style: Formal vs Informal Register – Formeel versus informeel taalgebruikPremiumDeze set helpt je om te schakelen tussen formeel academisch en informeel taalgebruik. Leer de nuances en stilistische variaties die nodig zijn voor verschillende contexten.40 kaartenNuanced Synonyms & Antonyms – Genuanceerde synoniemen en antoniemenPremiumDeze set oefent genuanceerde synoniemen en antoniemen, zoals 'appreciate' versus 'understand' en 'occur' versus 'happen'. Het helpt je de subtiele verschillen in betekenis te begrijpen.40 kaartenProfessional Jargon Across Fields – Professioneel jargon in verschillende vakgebiedenPremiumVakjargon uit geneeskunde, recht, technologie, financiën, wetenschap en journalistiek, met een korte uitleg bij elke term.40 kaartenRhetoric & Persuasion – Retorica en overtuigingskrachtPremiumRetorische technieken zoals ethos, pathos, logos, antithese en parallellisme, voor wie overtuigend wil communiceren.40 kaarten

Veelgestelde vragen

Zijn de vertalingen in het Nederlands?

Ja. Op de voorkant van elke kaart staat het Engelse woord of de uitdrukking, op de achterkant de betekenis in het Nederlands, met een korte grammaticanotitie waar dat helpt. De Engelse kant wordt voorgelezen door een moedertaalspreker.

Welk niveau Engels heb ik nodig?

De sets zijn ingedeeld op CEFR-niveau. Begin bij A1 als je net start, bij A2 of B1 als je je al redt in eenvoudige gesprekken, en bij B2 voor je werk en sollicitatiegesprekken.

Is het gratis?

Sets met het label gratis kun je zonder te betalen oefenen. Premium-sets en 150 minuten per maand praten met Kate horen bij Premium ($11.99 per maand). Je eerste les met Kate is gratis.

Hoe oefen ik de woorden door te praten?

Bij elke set staat een knop waarmee je met Kate, je AI-docent, over het onderwerp praat. Ze gebruikt de woorden uit de set in het gesprek, verbetert je en legt het uit in het Nederlands.