Deze set oefent veelvoorkomende Engelse werkwoorden en zinnen die je in het dagelijks leven kunt gebruiken.
Talk / Speak
praten, spreken
Ask
vragen
Answer
antwoorden
Explain
uitleggen
Understand
begrijpen
Try
proberen
Decide
beslissen
Continue
doorgaan, voortzetten
Stop
stoppen
Start
beginnen
Remember
onthouden
Forget
vergeten
Help
helpen
Succeed
slagen, succes hebben
Fail
falen
Think
denken
Feel
voelen
Want
willen
Need
nodig hebben
Know
weten
Believe
geloven
Agree
instemmen, akkoord gaan
Disagree
niet instemmen, het oneens zijn
Suggest
voorstellen
Change
veranderen
I talk with my colleagues every day.
Ik praat elke dag met mijn collega's.
I always ask questions when I don't understand.
Ik stel altijd vragen als ik het niet begrijp.
He answered me right away when I called.
Hij antwoordde me meteen toen ik belde.
She explained her new habit to me.
Zij legde me haar nieuwe gewoonte uit.
I don't always understand why it is hard to change habits.
Ik begrijp niet altijd waarom het moeilijk is om gewoontes te veranderen.
I tried to form a new habit but it took time.
Ik probeerde een nieuwe gewoonte aan te leren, maar dat kostte tijd.
I decided to stop eating sugar.
Ik heb besloten geen suiker meer te eten.
I continue to practice English every day.
Ik blijf elke dag Engels oefenen.
I stopped checking my phone before bed.
Ik ben gestopt met op mijn telefoon kijken voor het slapengaan.
I started a new habit this month.
Ik ben deze maand met een nieuwe gewoonte begonnen.
I remember to drink water every morning.
Ik denk er elke ochtend aan om water te drinken.
I forgot to make my list yesterday.
Ik vergat gisteren mijn lijst te maken.
He helped me stick to my habits.
Hij hielp me om mijn gewoontes vol te houden.
I succeeded in waking up early all week.
Het is me gelukt om de hele week vroeg op te staan.
I failed at my habit a few times but I continued.
Het lukte me een paar keer niet om mijn gewoonte vol te houden, maar ik ging door.
I think good habits change your life.
Ik denk dat goede gewoontes je leven veranderen.
I feel better when I sleep enough.
Ik voel me beter als ik genoeg slaap.
I want to develop better work habits.
Ik wil betere werkgewoontes ontwikkelen.
I need to organize my time better.
Ik moet mijn tijd beter indelen.
I know it is not easy but I keep trying.
Ik weet dat het niet makkelijk is, maar ik blijf proberen.
I believe anyone can change a bad habit.
Ik geloof dat iedereen een slechte gewoonte kan veranderen.
I agreed with my friend to exercise together.
Ik sprak met mijn vriendin af om samen te sporten.
I disagreed with his approach to eating habits.
Ik was het niet eens met zijn benadering van eetgewoontes.
I suggested that he try waking up earlier.
Ik stelde hem voor om te proberen eerder op te staan.
I completely changed my habits in the last year.
Ik heb mijn gewoontes het afgelopen jaar volledig veranderd.