Deze set oefent Engelse terminologie die essentieel is voor sales engineers in de high-tech sector.
SaaS
Software as a Service; een licentie- en leveringsmodel voor software waarbij software op abonnementsbasis wordt gelicentieerd en centraal wordt gehost.
PaaS
Platform as a Service; een cloud computing-model dat klanten een platform biedt om applicaties te ontwikkelen, uit te voeren en te beheren zonder de complexiteit van de infrastructuur.
IaaS
Infrastructure as a Service; clouddiensten met high-level API's die de low-level details van de infrastructuur, zoals fysieke rekenkracht, voor je afschermen.
API
Application Programming Interface; een set regels en protocollen voor het bouwen en integreren van applicatiesoftware, waardoor systemen kunnen communiceren.
RESTful API
Een Application Programming Interface die voldoet aan de beperkingen van de REST-architectuurstijl en interactie met RESTful web services mogelijk maakt.
SDK
Software Development Kit; een verzameling software-ontwikkeltools in één installeerbaar pakket dat de creatie van applicaties vergemakkelijkt.
POC
Proof of Concept; een realisatie van een bepaalde methode of idee om de haalbaarheid en het praktische potentieel ervan voor een prospect aan te tonen.
POV
Proof of Value; een gerichte proef die is ontworpen om meetbare bedrijfswaarde en ROI aan een klant aan te tonen, in plaats van alleen technische functionaliteit.
RFP
Request for Proposal; een document dat voorstellen vraagt van een instantie of bedrijf dat geïnteresseerd is in de aanschaf van een product of dienst.
RFI
Request for Information; een standaard bedrijfsproces met als doel het verzamelen van schriftelijke informatie over de capaciteiten van verschillende leveranciers.
RFQ
Request for Quotation; een standaard bedrijfsproces dat wordt gebruikt wanneer een organisatie leveranciers wil uitnodigen voor een biedingsproces voor specifieke producten of diensten.
SLAs
Service Level Agreements; afspraken tussen een serviceprovider en een klant die metrics zoals uptime, responsiviteit en verantwoordelijkheden schetsen.
Latency
De vertraging voordat een gegevensoverdracht begint na een instructie voor de overdracht, meestal gemeten in milliseconden.
Throughput
De hoeveelheid materiaal, gegevens of werk die een systeem in een bepaalde tijd kan verwerken.
Scalability
Het vermogen van een systeem, netwerk of proces om een groeiende hoeveelheid werk te verwerken, of het potentieel om te worden uitgebreid om die groei op te vangen.
High Availability
Een eigenschap van een systeem dat een afgesproken prestatieniveau garandeert, meestal uptime, dat hoger ligt dan normaal.
Fault Tolerance
Het vermogen van een systeem om correct te blijven functioneren in het geval van het falen van een of meer van zijn componenten.
Redundancy
Het inbouwen van extra componenten die niet strikt nodig zijn voor de werking, voor het geval andere componenten uitvallen.
Microservices
Een architectuurstijl die een applicatie structureert als een verzameling kleine, autonome services gemodelleerd rond een bedrijfsdomein.
Monolith
Een softwarearchitectuur waarin alle componenten van een applicatie zijn verenigd in één enkel, sterk gekoppeld programma.
Containerization
Een vorm van virtualisatie van het besturingssysteem waarbij applicaties worden uitgevoerd in geïsoleerde gebruikersruimtes, containers genaamd.
Kubernetes
Een open-source containerorkestratiesysteem voor het automatiseren van software-implementatie, schaling en beheer.
CI/CD
Continuous Integration en Continuous Deployment; geautomatiseerde praktijken voor het frequent leveren van apps aan klanten door automatisering te introduceren in de stadia van app-ontwikkeling.
DevOps
Een reeks werkwijzen die softwareontwikkeling en IT-beheer combineert om de ontwikkelcyclus te verkorten en hoge softwarekwaliteit te leveren.
Telemetry
De automatische meting en draadloze overdracht van gegevens van externe bronnen om prestaties, gebruik en systeemgezondheid te monitoren.
Observability
De maatstaf voor hoe goed interne toestanden van een systeem kunnen worden afgeleid uit kennis van de externe outputs.
Middleware
Software die applicaties gemeenschappelijke diensten en functies biedt, naast wat het besturingssysteem levert.
SDK Integration
Het proces van het inbedden van een software development kit in een applicatie om specifieke functionaliteiten mogelijk te maken of verbinding te maken met externe services.
Data Pipeline
Een reeks gegevensverwerkingsstappen waarbij de output van het ene element de input van het volgende is, gebruikt voor het aggregeren, transformeren en overdragen van gegevens.
Data Lake
Een gecentraliseerde opslagplaats waarmee je al je gestructureerde en ongestructureerde gegevens op elke schaal kunt opslaan.
Data Warehouse
Een bedrijfssysteem dat wordt gebruikt voor de analyse en rapportage van gestructureerde en semi-gestructureerde gegevens uit meerdere bronnen.
ETL
Extract, Transform, Load; een driefasige procedure in databasegebruik en datawarehousing om gegevens uit diverse bronnen te integreren.
Zero Trust Security
Een IT-beveiligingsmodel dat strikte identiteitsverificatie vereist voor elke persoon en elk apparaat dat toegang probeert te krijgen tot bronnen op een netwerk.
SSO
Single Sign-On; een authenticatieschema waarmee een gebruiker met één ID kan inloggen op verschillende gerelateerde softwaresystemen.
MFA
Multi-Factor Authentication; een elektronische authenticatiemethode waarbij een gebruiker alleen toegang krijgt tot een website of applicatie na het presenteren van twee of meer bewijsstukken.
RBAC
Role-Based Access Control; een benadering om systeemtoegang te beperken tot geautoriseerde gebruikers op basis van hun rollen binnen een organisatie.
Encryption at Rest
De bescherming van opgeslagen gegevens tegen ongeautoriseerde toegang of diefstal door deze om te zetten in onleesbare code.
Encryption in Transit
De bescherming van gegevens terwijl deze actief worden overgedragen tussen twee systemen via een netwerk.
Compliance
Het naleven van wetten, normen, voorschriften en beveiligingsprotocollen, zoals de AVG (GDPR), HIPAA of SOC 2.
SOC 2
Een compliance-standaard voor serviceorganisaties die criteria definieert voor het beheren van klantgegevens op basis van beveiliging, beschikbaarheid en privacy.
Lead Qualification
Het proces van het bepalen of een potentiële koper de behoefte, het budget en de autoriteit heeft om een product aan te schaffen.
BANT
Budget, Authority, Need, Timeline; een traditioneel raamwerk dat door verkoopteams wordt gebruikt om te bepalen of een prospect geschikt is.
MEDDPICC
Een gedetailleerde B2B-verkoopmethodologie gericht op Metrics, Economic Buyer, Decision Criteria, Decision Process, Paper Process, Identify Pain, Champion en Competition.
Discovery Call
Het eerste gesprek met een potentiële klant om hun pijnpunten, technische behoeften en bedrijfsdoelstellingen te achterhalen.
Technical Discovery
Een diepgaande analyse van de bestaande IT-infrastructuur, pijnpunten, technische vereisten en systeemafhankelijkheden van een prospect.
Executive Sponsor
Een senior leider in een klantorganisatie die pleit voor een project en de bedrijfswaarde ervan aan besluitvormers verdedigt.
Champion
Iemand binnen de organisatie van een (potentiële) klant die je product sterk steunt en het intern namens jou verkoopt.
Value Proposition
Een duidelijke verklaring die samenvat waarom een klant een product of dienst zou moeten kopen, waarbij de unieke voordelen ten opzichte van concurrenten worden benadrukt.
Total Cost of Ownership
TCO; een schatting van alle directe en indirecte kosten die gepaard gaan met de aanschaf, implementatie en exploitatie van een technologiesysteem over een bepaalde periode.
ROI
Return on Investment; een prestatiemaatstaf die wordt gebruikt om de efficiëntie of winstgevendheid van een investering te evalueren.
Churn Rate
Het percentage abonnees of klanten dat stopt met het gebruiken van een dienst of het betalen voor een product gedurende een bepaalde periode.
ARR
Annual Recurring Revenue; een belangrijke financiële metric die door SaaS-bedrijven wordt gebruikt om de voorspelbare en terugkerende inkomsten die jaarlijks door klanten worden gegenereerd, te kwantificeren.
MRR
Monthly Recurring Revenue; de voorspelbare inkomsten die een bedrijf elke maand kan verwachten te ontvangen.
CAC
Customer Acquisition Cost; de totale kosten die een bedrijf maakt om een nieuwe klant te werven, inclusief marketing- en verkoopkosten.
LTV
Lifetime Value; een schatting van de totale omzet die een bedrijf redelijkerwijs kan verwachten van één klantaccount gedurende de gehele zakelijke relatie.
Upselling
Een verkooptechniek die wordt gebruikt om een klant te overtuigen een duurder product, een upgrade of een extra functie aan te schaffen.
Cross-selling
De praktijk van het verkopen van een aanvullend, complementair product of dienst aan een bestaande klant.
Edge Computing
Een gedistribueerd computermodel dat rekenkracht en gegevensopslag dichter bij de gegevensbronnen brengt, voor snellere reactietijden en minder bandbreedte.
Technical Debt
De impliciete kosten van extra herwerk veroorzaakt door nu te kiezen voor een gemakkelijke of snelle oplossing in plaats van een betere aanpak die langer zou duren.
End-of-Life
EOL; aanduiding voor een product dat het einde van zijn levensduur heeft bereikt, waarna de ondersteuning stopt.