Deze set oefent veelvoorkomende woorden en zinnen die je nodig hebt bij bankzaken.
open a savings account
een spaarrekening openen
apply for a mortgage
een hypotheek aanvragen
charge interest
rente in rekening brengen
use your savings
je spaargeld gebruiken
take out a loan
een lening afsluiten
receive a bank statement
een bankafschrift ontvangen
pay off debts
schulden afbetalen
charge fees
kosten in rekening brengen
bank transfer
bankoverschrijving
pay a fee
kosten betalen
interest rate
rentetarief
mortgage advisor
hypotheekadviseur
bank balance
banksaldo
check your balance
je saldo controleren
credit card
creditcard
debit card
betaalpas, pinpas
overdraft
roodstand (rood staan)
deposit money
geld storten
withdraw money
geld opnemen
bank branch
bankfiliaal
online banking
online bankieren
bank account
bankrekening
financial advisor
financieel adviseur
monthly payment
maandelijkse betaling
credit score
kredietscore
sign a contract
een contract ondertekenen
exchange rate
wisselkoers
currency
valuta, munt
cash
contant geld, cash
transfer money
geld overmaken
I check my balance every morning.
Ik controleer elke ochtend mijn saldo.
The bank charges high interest on loans.
De bank rekent hoge rente op leningen.
He always pays his bills on time.
Hij betaalt zijn rekeningen altijd op tijd.
She usually uses a credit card.
Zij gebruikt meestal een creditcard.
We deposit money every month.
Wij storten elke maand geld.
I'm thinking about opening a savings account this month.
Ik denk erover om deze maand een spaarrekening te openen.
He is applying for a mortgage right now.
Hij vraagt nu een hypotheek aan.
We are checking the exchange rate right now.
Wij controleren nu de wisselkoers.
She is withdrawing money from the ATM now.
Zij neemt nu geld op bij de geldautomaat.
I'm still paying off my debts.
Ik ben nog steeds mijn schulden aan het afbetalen.
I have already opened a savings account.
Ik heb al een spaarrekening geopend.
He has already paid off all his debts.
Hij heeft inmiddels al zijn schulden afbetaald.
I haven't received the bank statement yet.
Ik heb het bankafschrift nog niet ontvangen.
She has already taken out a loan from the bank.
Zij heeft al een lening afgesloten bij de bank.
We have never used an overdraft.
Wij hebben nog nooit rood gestaan.
Yesterday I opened a new bank account.
Gisteren heb ik een nieuwe bankrekening geopend.
She paid a high fee last month.
Zij heeft vorige maand hoge kosten betaald.
He signed the contract with the bank.
Hij heeft het contract met de bank ondertekend.
We deposited money at the bank branch in the morning.
Wij hebben 's ochtends geld gestort bij het bankfiliaal.
They transferred money through online banking.
Zij hebben geld overgemaakt via online bankieren.
I was waiting in line when she called.
Ik stond in de rij toen zij belde.
He was talking to the mortgage advisor when I came in.
Hij sprak met de hypotheekadviseur toen ik binnenkwam.
We were checking our credit score all morning.
Wij controleerden de hele ochtend onze kredietscore.
She was withdrawing money when I saw her.
Zij nam geld op toen ik haar zag.
They were signing the contract when I called.
Zij ondertekenden het contract toen ik belde.
I will check my balance before I pay.
Ik zal mijn saldo controleren voordat ik betaal.
She is going to apply for a mortgage next week.
Zij gaat volgende week een hypotheek aanvragen.
We will open a new savings account soon.
Wij zullen binnenkort een nieuwe spaarrekening openen.
He is going to take out a loan from the bank.
Hij gaat een lening afsluiten bij de bank.
I will transfer the money tomorrow.
Ik zal het geld morgen overmaken.