Leer de Arabische persoonlijke voornaamwoorden en hoe basiswerkwoorden zoals schrijven, gaan, eten en drinken veranderen per persoon.
أنا
ik
أنت
jij (mannelijk enkelvoud)
أنتِ
jij (vrouwelijk enkelvoud)
هو
hij
هي
zij
نحن
wij
أنتم
jullie (mannelijk meervoud)
أنتن
jullie (vrouwelijk meervoud)
هم
zij (meervoud, mannelijk)
هن
zij (meervoud, vrouwelijk)
كتب
hij schreef
كتبت
zij schreef
كتبنا
wij schreven
كتبوا
zij (mannelijk) schreven
ذهب
hij ging
ذهبت
zij ging
ذهبنا
wij gingen
ذهبوا
zij (mannelijk) gingen
أكل
hij at
أكلت
zij at
أكلنا
wij aten
أكلوا
zij (mannelijk) aten
شرب
hij dronk
شربت
zij dronk
شربنا
wij dronken
شربوا
zij (mannelijk) dronken
يكتب
hij schrijft
تكتب
zij schrijft
نكتب
wij schrijven
يكتبون
zij (mannelijk) schrijven
أنا أكتب
ik schrijf
هو يكتب كتاباً
Hij schrijft een boek.
ماذا فعلتِ؟
Wat heb je gedaan? (tegen een vrouw)
ماذا تفعل؟
Wat doe je? (tegen een man)
ماذا يفعلون؟
Wat doen zij?
فعل
werkwoord
ضمير
voornaamwoord
ماضٍ
verleden tijd
حاضر
tegenwoordige tijd
مستقبل
toekomende tijd