Deze set oefent veelvoorkomende Engelse werkwoorden en hun gebruik in zinnen.
To decide
beslissen, besluiten
To explain
uitleggen
To realize
beseffen, inzien
To suggest
voorstellen, suggereren
To recommend
aanbevelen, aanraden
To improve
verbeteren, beter worden
To manage
het redden, erin slagen
To prepare
voorbereiden, zich voorbereiden
To organize
organiseren, regelen
To achieve
bereiken, tot stand brengen
To agree
akkoord gaan, instemmen
To disagree
niet akkoord gaan, het oneens zijn
To complain
klagen
To promise
beloven
To refuse
weigeren
To encourage
aanmoedigen
To remind
herinneren (aan iemand)
To invite
uitnodigen (iemand)
To solve
oplossen
To avoid
vermijden, ontwijken
To discover
ontdekken
To expect
verwachten (dat iets zal gebeuren)
To protect
beschermen
To express
uitdrukken, uiten
To appear
verschijnen, lijken
To disappear
verdwijnen
To reduce
verminderen, reduceren
To wonder
zich afvragen, twijfelen
To imagine
zich voorstellen, inbeelden
To develop
ontwikkelen
We decided to book the tickets last week.
We besloten vorige week de kaartjes te boeken.
She explained the rules to me two days ago.
Zij heeft mij twee dagen geleden de regels uitgelegd.
I realized I lost my wallet an hour ago.
Ik realiseerde me een uur geleden dat ik mijn portemonnee kwijt was.
He suggested a great restaurant last week.
Hij stelde vorige week een geweldig restaurant voor.
The teacher recommended this book last month.
De leraar heeft vorige maand dit boek aanbevolen.
His English improved a lot last month.
Zijn Engels is vorige maand veel verbeterd.
I managed to finish the project a week ago.
Een week geleden is het me gelukt het project af te ronden.
They prepared everything for the party last week.
Zij hebben vorige week alles voor het feest voorbereid.
She organized her workspace a few days ago.
Zij heeft een paar dagen geleden haar werkplek opgeruimd.
He achieved his goal last month.
Hij heeft vorige maand zijn doel bereikt.
They finally agreed on the price a week ago.
Een week geleden zijn ze het eindelijk eens geworden over de prijs.
We disagreed about the plan last week.
Wij waren het vorige week oneens over het plan.
Customers complained about the service last month.
Klanten klaagden vorige maand over de service.
He promised to call me two days ago but forgot.
Hij beloofde me twee dagen geleden te bellen, maar vergat het.
She refused to sign the contract last week.
Zij weigerde vorige week het contract te ondertekenen.
My manager encouraged me last month to try again.
Mijn manager moedigde me vorige maand aan om het opnieuw te proberen.
You reminded me about the meeting ten minutes ago.
Jij herinnerde me tien minuten geleden aan de vergadering.
We invited them to dinner last week.
Wij hebben hen vorige week uitgenodigd voor het avondeten.
They solved the problem a few hours ago.
Zij hebben het probleem een paar uur geleden opgelost.
I avoided drinking coffee last week.
Ik heb vorige week koffie vermeden.
Scientists discovered a new star last month.
Wetenschappers ontdekten vorige maand een nieuwe ster.
I expected a different answer a week ago.
Ik verwachtte een week geleden een ander antwoord.
The system protected the data during the crash last week.
Het systeem beschermde de gegevens tijdens de crash van vorige week.
She expressed her feelings in a letter last month.
Zij uitte vorige maand haar gevoelens in een brief.
A strange light appeared in the sky two nights ago.
Een vreemd licht verscheen twee nachten geleden aan de hemel.
My keys disappeared a week ago and I can't find them.
Mijn sleutels zijn een week geleden verdwenen en ik kan ze niet vinden.
The company reduced its prices last month.
Het bedrijf verlaagde vorige maand zijn prijzen.
I wondered about that alternative a few days ago.
Een paar dagen geleden twijfelde ik over dat alternatief.
I couldn't imagine this happening a month ago.
Ik kon me een maand geleden niet voorstellen dat dit zou gebeuren.
They developed a new app last month.
Zij hebben vorige maand een nieuwe app ontwikkeld.