Present Perfect, Past Perfect en Present Perfect Continuous voor gevorderden.
Form: Present Perfect
have/has + V3.
Form: Past Perfect
had + V3.
Form: Present Perfect Continuous
have/has been + V+ing.
Use: Present Perfect
Een actie die in het verleden begon en relevant is voor het heden.
Use: Past Perfect
Een actie die voltooid was vóór een andere actie in het verleden.
since vs for
since + een tijdstip; for + een tijdsduur.
I have lived here ___ 2010.
since. [sinds]
I have lived here ___ 5 years.
for. [hier: al, ik woon hier al 5 jaar]
She has just left.
just = net, zojuist (Present Perfect).
Have you ever been to Paris?
ever = ooit.
I haven't seen him yet.
yet = nog (niet).
He has already finished.
already = al.
Past of 'go' (V3)
gone (have gone) of been (have been).
Past of 'see' (V3)
seen.
Past of 'eat' (V3)
eaten.
Past of 'write' (V3)
written.
Past of 'speak' (V3)
spoken.
Past of 'take' (V3)
taken.
Past of 'do' (V3)
done.
Past of 'be' (V3)
been.
When I arrived, the train ___. (already left)
had already left — Past Perfect. [was al vertrokken]
By next year, I ___ (graduate).
will have graduated — Future Perfect. [zal zijn afgestudeerd]
She ___ (study) for 3 hours.
has been studying — Present Perfect Continuous. [ze is al 3 uur aan het leren]
Difference: been to / gone to
been to = ergens geweest en weer terug, gone to = ernaartoe gegaan en er nog steeds.
I have been to Paris twice.
Ik ben twee keer in Parijs geweest.