Deze set oefent het gebruik van tegenwoordige deelwoorden (-ing) en verleden deelwoorden (-ed) in het Engels.
-ing
bijvoeglijk naamwoord voor wat het gevoel veroorzaakt (exciting = spannend)
-ed
bijvoeglijk naamwoord voor wie het gevoel ondergaat (excited = enthousiast)
I am getting\becoming excited.
Ik word enthousiast.
I am exciting
Ik ben spannend (voor iemand anders)
It is exciting
Het is spannend
He interested me in a glass of wine.
Hij maakte me enthousiast voor een glas wijn.
crystal clear
glashelder
it spilled on the floor
het werd op de vloer gemorst
The boiling water spilled on the floor.
Het kokende water werd op de vloer gemorst.
The news is saddening
Het nieuws is bedroevend
The movie was exciting.
De film was spannend.
I was excited for the movie.
Ik had zin in de film.
I got excited for the movie.
Ik kreeg zin in de film.
The movie excited me.
De film maakte me enthousiast.
sadden
bedroeven
He is saddened by this news
Hij is bedroefd door dit nieuws
The car was driven.
De auto werd bestuurd.
The children excited their parents.
De kinderen maakten hun ouders enthousiast.
The children got excited.
De kinderen werden enthousiast.
The excited children are loud.
De enthousiaste kinderen zijn luidruchtig.
shattered
verbrijzeld
I am disgusted.
Ik walg ervan.
He disgusted me.
Ik walgde van hem.
Reading the news is sometimes scary and other times relaxing
Het lezen van het nieuws is soms eng en andere keren ontspannend
I would rather meet friends than do gardening.
Ik spreek liever met vrienden af dan dat ik in de tuin werk.
I would rather take a nap than go for a walk.
Ik doe liever een dutje dan dat ik ga wandelen.
To excite
enthousiast maken
I felt surprised
Ik voelde me verrast
I felt surprising
Ik had het gevoel dat ik verrassend was.
To see Julie at the airport was surprising.
Julie op het vliegveld zien was verrassend.
When Julie asked to sit next me, it was confusing.
Toen Julie vroeg om naast me te zitten, was het verwarrend.
It was confusing, when Julie asked to sit next me
Het was verwarrend, toen Julie vroeg om naast me te zitten
It is an alarming situation.
Het is een alarmerende situatie.
I was alarmed
Ik was verontrust.
I am alarmed.
Ik ben verontrust.
It is fascinating.
Het is fascinerend.
I am fascinated.
Ik ben gefascineerd.
I am puzzled.
Ik sta voor een raadsel.
It is puzzling.
Het is raadselachtig.
Tommy's adapted car is really exciting for him.
Tommy's aangepaste auto is echt spannend voor hem.
Shoppers feel very frustrated about finding a place to park
Winkelend publiek raakt erg gefrustreerd bij het zoeken naar een parkeerplek.
The fact that she won in the contest was shocking for her.
Het feit dat ze de wedstrijd won, was schokkend voor haar.