Deze set oefent het juiste gebruik van 'much', 'more', 'many' en 'a lot' in het Engels.
Is there _____ furniture in your new office?
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in vragen en ontkenningen)
There aren't _____ students in the library today.
many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, in ontkenningen en vragen)
She gave us _____ of useful advice for the project.
a lot (kan zowel voor telbare als ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruikt worden, in bevestigende zinnen)
We need _____ information before we can make a decision.
more (vergelijkende vorm van 'much' en 'many')
How _____ questions do you have about the assignment?
many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, in vragen)
He didn't give _____ details during the short meeting.
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in ontkenningen)
They bought _____ of new chairs for the classroom.
a lot (kan zowel voor telbare als ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruikt worden, in bevestigende zinnen)
Do you have _____ emails to read this morning?
many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, in vragen)
The team needs _____ time to complete the work.
more (vergelijkende vorm van 'much' en 'many')
There isn't _____ water left in the bottle.
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in ontkenningen)
_____ people prefer to work from home on Fridays.
Many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, aan het begin van een zin)
It takes _____ of effort to learn a new language.
a lot (kan zowel voor telbare als ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruikt worden, in bevestigende zinnen)
I need _____ help with this math exercise, please.
more (vergelijkende vorm van 'much' en 'many')
Did the teacher give _____ homework for the weekend?
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in vragen)
The box did not contain _____ information about the product.
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in ontkenningen)
She reads _____ of books during her vacation.
a lot (kan zowel voor telbare als ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruikt worden, in bevestigende zinnen)
Are there _____ parks in your neighborhood?
many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, in vragen)
We need _____ chairs for the extra guests.
more (vergelijkende vorm van 'much' en 'many')
There wasn't _____ noise in the quiet room.
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in ontkenningen)
_____ businesses fail because they grow too quickly.
Many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, aan het begin van een zin)
The new center received _____ of positive feedback.
a lot (kan zowel voor telbare als ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruikt worden, in bevestigende zinnen)
Do you need _____ time to complete your test?
more (vergelijkende vorm van 'much' en 'many')
How _____ items are inside this large box?
many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, in vragen)
There isn't _____ milk left in the refrigerator.
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in ontkenningen)
They have _____ of friends who live in this city.
a lot (kan zowel voor telbare als ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruikt worden, in bevestigende zinnen)
We produced _____ units this week than last week.
more (vergelijkende vorm van 'much' en 'many')
Were there _____ mistakes on your grammar page?
many (voor telbare zelfstandige naamwoorden, in vragen)
The manager didn't pay _____ attention to the small detail.
much (voor ontelbare zelfstandige naamwoorden, in ontkenningen)
A simple habit can bring _____ of benefit over time.
a lot (kan zowel voor telbare als ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruikt worden, in bevestigende zinnen)
You will see _____ progress if you practice every day.
more (vergelijkende vorm van 'much' en 'many')