Deze set oefent het juiste gebruik van 'make' en 'do' in verschillende uitdrukkingen en contexten.
to suggest
voorstellen
to persuade
overtuigen
to assume
aannemen (zonder informatie)
to presume
veronderstellen (met informatie)
to profit from
profiteren van
to benefit from
voordeel halen uit, profiteren van
prophet
profeet
profit
winst
make a difference
een verschil maken
make progress
vooruitgang boeken
make a noise
lawaai maken
make an attempt
een poging doen
make a profit
winst maken
make a phone call
bellen
make an appointment
een afspraak maken
do well
het goed doen, slagen
do business
zaken doen
do a favor
iemand een plezier doen
do makeup
make-up opdoen
do calculations
berekeningen maken
do the dishes
de afwas doen
do damage
schade aanrichten