Engelse woordenschat voor de brugklas, deel 2: een vervolg op de lijst met veelgebruikte woorden. Elke kaart toont een Engels woord met de Nederlandse vertaling.
beautiful
mooi
brave
moedig
bring
brengen
build
bouwen
catch
vangen
clean
schoon, schoonmaken
climb
klimmen
cloud
wolk
corner
hoek
country
land, platteland
cousin
neef of nicht
danger
gevaar
dream
droom
early
vroeg
earth
aarde, grond
empty
leeg
enjoy
genieten
enter
binnengaan, binnenkomen
fall
vallen
fast
snel
fix
repareren
floor
vloer, verdieping
fresh
vers
friendly
vriendelijk
future
toekomst
garden
tuin
gift
cadeau
happen
gebeuren
hard
moeilijk, hard
hope
hopen, hoop
hungry
hongerig (honger hebben)
idea
idee
kind
aardig, vriendelijk
laugh
lachen
learn
leren
leave
vertrekken, weggaan
lose
verliezen, kwijtraken
market
markt