Engelse woordenschat voor groep 6: kleuren, getallen, eten en eenvoudige werkwoorden, met Nederlandse vertaling. Deel 2 van 2.
red
rood
blue
blauw
green
groen
yellow
geel
black
zwart
white
wit
orange
oranje
pink
roze
brown
bruin
purple
paars
one
één
two
twee
three
drie
four
vier
five
vijf
six
zes
seven
zeven
eight
acht
nine
negen
ten
tien
apple
appel
banana
banaan
bread
brood
milk
melk
water
water
egg
ei
cheese
kaas
rice
rijst
meat
vlees
cake
taart
eat
eten
drink
drinken
run
rennen
jump
springen
play
spelen
sleep
slapen
read
lezen
write
schrijven
big
groot
small
klein