Academische woordenschat op C1-niveau voor studenten, onderzoekers en schrijvers van artikelen. Woorden die voorkomen in academische artikelen en geavanceerde examens zoals TOEFL en IELTS.
advocate (v.)
pleiten voor, bepleiten. Voorbeeld: She advocates for human rights.
ambiguous (adj.)
dubbelzinnig, onduidelijk. Voorbeeld: The instructions were ambiguous.
coherent (adj.)
coherent, samenhangend. Voorbeeld: She gave a coherent argument.
comprehensive (adj.)
uitgebreid. Voorbeeld: A comprehensive review of the literature.
conceive (v.)
bedenken, bevatten. Voorbeeld: She conceived of a new theory.
constitute (v.)
vormen, uitmaken. Voorbeeld: Water constitutes 70% of the body.
contemplate (v.)
overwegen, nadenken. Voorbeeld: He contemplated the offer.
contradict (v.)
tegenspreken, in strijd zijn met. Voorbeeld: His statements contradict the facts.
deduce (v.)
afleiden. Voorbeeld: From the data, we can deduce a pattern.
discrepancy (n.)
afwijking, tegenstrijdigheid. Voorbeeld: There's a discrepancy in the figures.
elaborate (v.)
nader toelichten, uitweiden. Voorbeeld: Could you elaborate on that point?
evident (adj.)
duidelijk, zichtbaar. Voorbeeld: His talent was evident from a young age.
exemplify (v.)
een voorbeeld zijn van. Voorbeeld: This case exemplifies the problem.
facilitate (v.)
vergemakkelijken, mogelijk maken. Voorbeeld: Technology facilitates learning.
feasible (adj.)
mogelijk, haalbaar. Voorbeeld: Is this plan feasible?
fundamental (adj.)
fundamenteel, wezenlijk. Voorbeeld: A fundamental principle of physics.
imply (v.)
impliceren, suggereren. Voorbeeld: Her silence implied agreement.
incorporate (v.)
opnemen, verwerken. Voorbeeld: We will incorporate your feedback.
indicate (v.)
aangeven. Voorbeeld: The data indicates a trend.
inevitable (adj.)
onvermijdelijk. Voorbeeld: Change is inevitable.
perceive (v.)
waarnemen, ervaren. Voorbeeld: How do you perceive this issue?
preliminary (adj.)
voorlopig. Voorbeeld: These are preliminary results.
scrutinize (v.)
nauwkeurig onderzoeken. Voorbeeld: They scrutinized the data.
substantiate (v.)
onderbouwen, bewijzen. Voorbeeld: Can you substantiate this claim?
underlying (adj.)
onderliggend, verborgen. Voorbeeld: The underlying cause is unknown.