Leer de meestvoorkomende Arabische voorzetsels van plaats, tijd en richting, met eenvoudige voorbeeldzinnen.
في
in, binnen
على
op
من
van, uit
إلى
naar, richting
عن
over, betreffende; weg van
بـ
met, door, in (voorvoegsel bi-)
تحت
onder, beneden
فوق
boven
بين
tussen, onder (meerdere)
خلال
gedurende, tijdens
بعد
na
قبل
voor (in tijd)
حول
rondom; over
ضد
tegen
بدون
zonder
مع
met, samen met
رغم
ondanks
وراء
achter
أمام
voor (plaats)
بجانب
naast
الكتاب في الحقيبة
Het boek zit in de tas.
الجدول على الجدار
Het rooster hangt aan de muur.
أتيت من البيت
Ik kwam van huis.
أذهب إلى المكتبة
Ik ga naar de bibliotheek.
تحدثنا عن الدرس
We spraken over de les.
كتبت بالقلم الأسود
Ik schreef met de zwarte pen.
القط تحت الطاولة
De kat zit onder de tafel.
الطائر فوق الشجرة
De vogel vliegt boven de boom.
أنا بين صديقيّ
Ik sta tussen mijn twee vrienden.
خلال الليل سمعنا الأصوات
In de nacht hoorden we geluiden.
بعد الدرس ذهبنا للعب
Na de les gingen we spelen.
قبل النوم اقرأ كتاباً
Lees een boek voordat je gaat slapen.
حول المدينة هناك حدائق
Rondom de stad liggen parken.
نحن ضد العنف
Wij zijn tegen geweld.
أستطيع أن أفعل هذا بدون مساعدة
Ik kan dit zonder hulp doen.
سأذهب مع أختي
Ik ga met mijn zus.
وراء البيت يوجد بستان
Achter het huis ligt een boomgaard.
أمام المدرسة انتظرنا
We wachtten voor de school.
سألت والدتي بجانب الشباك
Ik vroeg het mijn moeder bij het raam.