Arabische woordenschat en zinnen voor kopen, verkopen, prijzen en betalen.
يشتري
hij koopt
يبيع
hij verkoopt
السعر
de prijs
الثمن
de prijs, de kosten
المال
het geld
الدنانير
de dinars (munteenheid)
الدراهم
de dirhams (munteenheid)
الجنيهات
de ponden (munteenheid)
النقود الورقية
papiergeld, bankbiljetten
العملات المعدنية
munten
المحفظة
de portemonnee
البطاقة البنكية
de bankpas, pinpas
السوق
de markt
المتجر
de winkel
التسوق
winkelen
البائع
de verkoper
المشتري
de koper, de klant
الفاتورة
de factuur, de rekening
الإيصال
het bonnetje
الخصم
de korting
أشتري من السوق
Ik koop op de markt.
كم سعر هذا الشيء؟
Hoeveel kost dit?
هذا غالٍ جداً
Dit is erg duur.
هل لديك خصم؟
Geef je korting?
أدفع بالبطاقة البنكية
Ik betaal met mijn pinpas.
أحتاج إلى مال أكثر
Ik heb meer geld nodig.
الطماطم رخيصة اليوم
Tomaten zijn vandaag goedkoop.
كم بقي من المال معك؟
Hoeveel geld heb je nog over?
السعر مناسب جداً
De prijs is erg redelijk.
أريد شراء ملابس جديدة
Ik wil nieuwe kleren kopen.
البيض ثمنه عشرة دنانير
De eieren kosten tien dinars.
هل هناك خصم للكميات الكبيرة؟
Is er korting voor grote hoeveelheden?
أحفظ نقودي في المحفظة
Ik bewaar mijn geld in mijn portemonnee.
أعطني الفاتورة من فضلك
Geef me de rekening, alsjeblieft.
أنا أتسوق في هذا المتجر دائماً
Ik doe altijd boodschappen in deze winkel.
الموز بسعر جيد في السوق
Op de markt zijn de bananen voordelig.
أحتاج إلى كشف حساب بنكي
Ik heb een bankafschrift nodig.
هذا الكتاب مفيد وثمنه رخيص
Dit boek is nuttig en goedkoop.
البيع والشراء يحتاج إلى حذر
Bij kopen en verkopen moet je voorzichtig zijn.