Eenvoudige verleden tijdsvormen van regelmatige Arabische werkwoorden, gevolgd door voorbeeldzinnen. Niveau B1.
تَكَلَّمْتُ
ik sprak
تَكَلَّمْتَ
jij (mannelijk) sprak
تَكَلَّمَتْ
zij (vrouwelijk) sprak
تَكَلَّمْنَا
wij spraken
تَكَلَّمْتُم
jullie (meervoud) spraken
تَكَلَّمُوا
zij (meervoud) spraken
كَتَبْتُ
ik schreef
كَتَبْتَ
jij (mannelijk) schreef
كَتَبَتْ
zij (vrouwelijk) schreef
كَتَبْنَا
wij schreven
كَتَبْتُم
jullie (meervoud) schreven
كَتَبُوا
zij (meervoud) schreven
ذَهَبْتُ
ik ging
ذَهَبْتَ
jij (mannelijk) ging
ذَهَبَتْ
zij (vrouwelijk) ging
ذَهَبْنَا
wij gingen
ذَهَبْتُم
jullie (meervoud) gingen
ذَهَبُوا
zij (meervoud) gingen
أمس تَحَدَّثْتُ مع صديقي على الهاتف.
Gisteren sprak ik met mijn vriend aan de telefoon.
كَتَبْتُ رسالة إلى والدتي.
Ik schreef een brief aan mijn moeder.
ذَهَبْنَا إلى السينما يوم الجمعة مساءً.
Wij gingen vrijdagavond naar de bioscoop.
اشْتَرَيْتُ حذاء جديداً من السوق.
Ik kocht nieuwe schoenen op de markt.
أكَلُوا جميعاً الكعكات التي خَبَزْتُها.
Ze aten allemaal de taarten die ik gebakken had.
سَأُخْبِرُكُم بما سَمِعْتُهُ أمس.
Ik zal jullie vertellen wat ik gisteren hoorde.
عَمِلْتُ بجدّ كي أنجح في الامتحان.
Ik werkte hard om te slagen voor het examen.
اتَّصَلَ بالمكتب وسأل عن الوظيفة.
Hij belde het kantoor en vroeg naar de baan.
دَخَلَ من البوابة بدون أن يقول شيئاً.
Hij kwam door de poort naar binnen zonder iets te zeggen.
وَجَدْنَا شقة جميلة جداً في الوسط.
We vonden een heel mooi appartement in het centrum.
أرْهَقَ الأطفالَ الطريقُ الطويل.
De lange reis putte de kinderen uit.
حان الوقت لنذهب من هنا.
Het is tijd om hier weg te gaan.
فجأة سَمِعْتُ صوتاً عالياً على الباب.
Plotseling hoorde ik een hard geluid bij de deur.
دَخَلَ البيتَ ووَجَدَ كل شيء في مكانه.
Hij ging het huis binnen en vond alles op zijn plaats.
سأَلْتُ المعلم عن الدروس.
Ik vroeg de leraar naar de lessen.
حَدَثَ شيء غريب في الحديقة هذا الصباح.
Er gebeurde vanmorgen iets vreemds in de tuin.
طَلَبُوا منا أن ننتظر قليلاً.
Ze vroegen ons om even te wachten.
أطفأ النور ونام فوراً.
Hij deed het licht uit en viel meteen in slaap.
نسي مرة أخرى أن يقفل الباب.
Hij vergat opnieuw de deur op slot te doen.
اسْتَيْقَظْتُ مبكراً وذهبت إلى العمل.
Ik werd vroeg wakker en ging naar mijn werk.
حُلَّتِ المشكلة فوراً عندما فَهِمْتُ ما يحدث.
Het probleem was meteen opgelost toen ik begreep wat er aan de hand was.
انتَظَرْنا في المحطة لمدة ساعتين.
We wachtten twee uur op het station.