Leer hoe de Arabische nominale zin werkt: een onderwerp en gezegde zonder het werkwoord "zijn", plus de basisgrammaticatermen die je nodig hebt.
أنا معلم
Ik ben leraar (man)
أنا معلمة
Ik ben lerares (vrouw)
أنت طالب
Jij bent student (tegen een man)
أنتِ طالبة
Jij bent studente (tegen een vrouw)
هو طبيب
Hij is dokter
هي طبيبة
Zij is dokter
نحن مهندسون
Wij zijn ingenieurs
أنتم موظفون
Jullie (mannelijk meervoud) zijn werknemers
هم تجار
Zij zijn handelaren
هن معلمات
Zij zijn leraressen (vrouwelijk meervoud)
البيت كبير
Het huis is groot
السيارة حمراء
De auto is rood
الكتاب جديد
Het boek is nieuw
الدروس صعبة
De lessen zijn moeilijk
الطقس جميل
Het weer is mooi
الماء بارد
Het water is koud
هذا كتاب
Dit is een boek
تلك شجرة
Dat is een boom
أنا من مصر
Ik kom uit Egypte
أنتَ من فلسطين
Jij komt uit Palestina (tegen een man)
هو في المدرسة
Hij is op school
هي مع أمها
Zij is bij haar moeder
نحن في البيت
Wij zijn thuis
هم في الحديقة
Zij zijn in de tuin
المدرسة قريبة
De school is dichtbij
الجامعة بعيدة
De universiteit is ver weg
اسم
zelfstandig naamwoord; naam
صفة
bijvoeglijk naamwoord
خبر
gezegde (van een nominale zin)
مبتدأ
onderwerp (van een nominale zin)
تعريف
bepaaldheid; een zelfstandig naamwoord bepaald maken
نكرة
onbepaald zelfstandig naamwoord
المذكر
het mannelijk geslacht
المؤنث
het vrouwelijk geslacht
المفرد
het enkelvoud
الجمع
het meervoud
التثنية
het tweevoud
كلمة
woord
جملة
zin
نقطة
punt; stip