Leer de letters van het Arabische alfabet, hun namen en klanken, plus de basistekens voor klinkers en spelling.
ا
Alif (a)
ب
Baa (b)
ت
Taa (t)
ث
Thaa (th zoals in "think")
ج
Jeem (dzj, zoals de j in het Engelse "jam")
ح
Haa (hese h, diep uit de keel)
خ
Khaa (ch zoals in "lachen")
د
Daal (d)
ذ
Dhaal (th zoals in "this")
ر
Raa (gerolde r)
ز
Zay (z)
س
Seen (s)
ش
Sheen (sj)
ص
Saad (emfatische s)
ض
Daad (emfatische d)
ط
Taa (emfatische t)
ظ
Dhaa / Zhaa (emfatische dh)
ع
Ayn (stemhebbende keelklank)
غ
Ghayn (gh, zoals een Franse r)
ف
Faa (f)
ق
Qaaf (diepe k, achter in de keel)
ك
Kaaf (k)
ل
Laam (l)
م
Meem (m)
ن
Noon (n)
ه
Haa (h)
و
Waw (w / lange oe)
ي
Yaa (j / lange ie)
الحروف الساكنة
medeklinkers
الحروف المتحركة
klinkers (letters met een klinkerteken)
فتحة
Fatha (korte a)
كسرة
Kasra (korte i)
ضمة
Damma (korte oe)
سكون
Sukun (geen klinker)
شدة
Shadda (verdubbelde medeklinker)
همزة
Hamza (glottisslag)
ء
het hamza-symbool
ة
Taa marbuta (vrouwelijke uitgang -a / -at)
ى
Alif maqsura (lange a aan het eind van een woord, geschreven als een yaa zonder puntjes)
ْ
het sukun-symbool (geen klinker)